Bijzonder mozaïek aangetroffen in Macedonische tombe

Door: Folkert Westra

Al sinds het begin van de opgraving in augustus houdt de tombe van Amphipolis Griekenland in zijn greep, een welkome afleiding van de financiële crisis. Vrijwel iedere week geeft de tombe meer en meer van zijn geheimen prijs.

De opgraving
Begin augustus werd de ingang van het grote tumulusgraf blootgelegd. De bovenzijde hiervan was prachtig versierd met twee marmeren sfinxfiguren. De belangrijkste vondsten in de eerste kamer waren twee metershoge Kariatiden, pilaren in de vorm van vrouwfiguren. Deze stonden aan weerszijden van de ingang naar de volgende ruimte.

De tot op heden meest opzienbarende vondst werd in de tweede kamer gedaan. Vorige week maakten de onderzoekers bekend dat over de gehele vloer van deze ruimte een prachtig gekleurd mozaïek is blootgelegd. Het totale mozaïek is zo’n 3×4,5 meter en is op een gat in het midden na in een verrassend goede staat. De afgebeelde scene van het mozaïek is ondanks de beschadiging nog prima zichtbaar. Afgebeeld is een strijdwagen met een man en een vrouw voortgetrokken door twee witte paarden. De paarden worden geleid door een man, die door zijn gevleugelde schoenen kan worden geïdentificeerd als Hermes, de boodschapper van de goden. De andere figuren zijn volgens de onderzoekers Hades en Persephone en de scene beeldt de ontvoering van Persephone uit. Persephone was de dochter van Zeus en Demeter, de godin van de landbouw. Hades werd verliefd op Persephone en besloot haar te ontvoeren, zodat zij zijn koningin van de onderwereld zou worden. Hermes is traditioneel de figuur die de doden vergezeld in hun reis naar de onderwereld.

De overledene
De scene op het mozaïek zou volgens de onderzoekers wel eens kunnen helpen bij de identificatie van de overledene die in de tombe is begraven. Zij hadden al vastgesteld dat de tombe een Macedonische stijl heeft. Verder hebben de archeologen de tombe gedateerd in het laatste kwart van de 4e eeuw v. Chr., precies in de roerige periode die volgde na de dood van Alexander de Grote. De omvang van de tombe doet volgens de onderzoekers ook vermoeden dat de persoon in kwestie een belangrijk figuur was en wellicht dicht bij Alexander de Grote stond.
Hoewel verder onderzoek moet uitwijzen wie er in het graf ligt, zijn er onderzoekers die vermoeden dat hier een vrouw ligt begraven. Een eerste aanwijzing hiervoor zou uit het mozaïek te halen zijn, omdat hierop een vrouw naar de onderwereld wordt geleid. Een tweede aanwijzing die doet vermoeden dat het gaat om een familielid van Alexander, is dat er in één van de Koninklijke tombes in Vergina een vergelijkbare afbeelding van de ontvoering van Persephone is aangetroffen.
Het zou volgens sommigen kunnen gaan om Roxanne, de vrouw van Alexander; of Olympias, de moeder van Alexander. Beiden werden na de dood van Alexander vermoord, Roxanne werd in 310 v. Chr. samen met haar zoontje in Amphipolis ter dood gebracht, dus het zou goed mogelijk zijn dat zij hier begraven ligt.
Er zouden echter andere aanwijzingen zijn die doen vermoeden dat het Olympias is, die is begraven in de tombe. Het zou Alexander zijn intentie zijn geweest om van zijn moeder een godin te maken, net als de afgebeelde Persephone. Na de dood van Alexander bleef Olympias in Griekenland nog enige tijd veel invloed houden. En hoewel ze uiteindelijk is vermoord, is het goed mogelijk dat haar politieke tegenstanders haar wel hebben willen eren met een dergelijke tombe.

Op dit moment is het nog gissen naar de identiteit van degene die in de tombe begraven is. Maar dit is slechts een kwestie van tijd en verder opgraven voor we weten wie er daadwerkelijk in de tombe is bijgezet.

Bron: www.world-archaeology.com, news.nationalgeographic.com

Blik in de Beerput, Ons’ Lieve Heer op Solder

Door: Jacobine Melis

Vorig jaar is er bij funderingswerkzaamheden een bijzondere beerput gevonden in de kelder van het museum (en voormalige schuilkerk): Ons’ Lieve Heer op Solder, te Amsterdam. De beerput was van een bijzonder groot formaat: 3×5 m en 3 m diep (bijna driemaal groter dan gemiddeld in Amsterdamse woonhuizen), en omvatte vondsten van de schuilkerk zelf, maar ook van een nabijgelegen herberg. De vondsten worden per 23 oktober tentoongesteld in het museum dat gevestigd is in de voormalige schuilkerk

Beerput
Een beerput werd niet alleen gebruikt als opvang voor ontlasting (de wc stond erboven), maar diende ook als een afvalbak. Het vormt dan ook altijd een zeer rijke informatiebron voor archeologisch onderzoek. Deze beerput lag onder de kelder en was afgedekt met dikke, houten balken. De beerput is een lange tijd in gebruik geweest, van ca. 1650-1800. Op de beerputten kwamen vier stortkokers uit, vanuit vier verschillende ruimtes werd er dus gebruik gemaakt van de beerput. In de beerput zijn vele rijke voorwerpen aangetroffen: Delfts aardewerk, glaswerk en Chinees porselein. Maar er werd ook veel tafelgoed aangetroffen. Waarschijnlijk dat de beerput, naast de gebruikers van de schuilkerk, ook gebruikt werd door een nabijgelegen herberg.

Interieur van de schuilkelder. Bron: Museum Ons'Lieve Heer op Solder.
Interieur van de schuilkelder. Bron: Museum Ons’Lieve Heer op Solder.

Gebruikers
Ons’ Lieve Heer op Solder was een schuilkerk, ontstaan in de tijd na de Reformatie toen katholieken geen diensten in het openbaar mochten houden. Het is gebouwd op de zolder van een 17e-eeuws grachtenhuis. De kerk was gewijd aan de heilige Nicolaas en werd destijds Het Haantje of Het Hert genoemd. De huidige naam stamt uit de 19e eeuw. De kerk heeft meer dan twee eeuwen diensten gehouden, in 1888 kreeg het de functie van museum. Daarnaast wordt het tegenwoordig opnieuw gebruikt voor rooms-katholieke erediensten.
Een tweede gebruiker van de beerput was een herberg. Dit wordt geconcludeerd uit de grote hoeveelheden drinkglazen, pijpen en waren ter voorbereiding van voedsel. Deze voorwerpen dateren uit de eerst helft van de 18e eeuw. De voedselresten in de beerput geven veel weer van het gegeten voedsel: botanische resten als noten en vissenresten. Een bijzondere vondst in de beerput was een eierschaal waarop met potlood een datum opgeschreven is. Waarschijnlijk om te onthouden hoe vers het ei was.

Bron: Radio: EenVandaag, www.amsterdam.nl

Herstelwerk Hunze legt keersluis bloot

Door: Folkert Westra

Bij natuurgebied Bonnerklap, nabij Gieterveen, leggen archeologen van ingenieursbureau MUG de resten van een keersluis bloot. De resten zijn gevonden bij graafwerkzaamheden in opdracht van waterschap Hunze en Aa’s. Er wordt gewerkt aan het herstel van de oude loop van de Hunze. Dit wordt gedaan voor waterberging en natuurontwikkeling.
De ouderdom van de sluis moet nog exact worden bepaald, maar geschat wordt dat deze uit de 17e eeuw stamt. De sluis staat namelijk al aangegeven op een kaart uit 1663. Op een kaart uit 1811 staat de sluis ook nog aangeven, maar op latere plattegronden is de sluis verdwenen.

Skelet
Begin oktober werd vlak bij Bonnerklap ook al een menselijk skelet aangetroffen. Het skelet bleek nog zeer compleet te zijn. Na een eerste bestudering van de archeologen bleek het te gaan om de resten van een volwassen man. Het skelet is aangetroffen in de bedding van de oude Hunze, zo’n 1,5 tot 2 meter onder het huidige maaiveld. Er wordt geschat dat het skelet zo’n 300 jaar oud is, maar dat zou nader onderzoek verder moeten uitwijzen.

bron: http://www.mug.nl

Nederlands schip gevonden in Caraïben

Door: Jacobine Melis

Schip Huis te Kruiningen (op de voorrgrond) ontploft. Bron: Wikipedia.
Schip Huis te Kruiningen (op de voorrgrond) ontploft. Bron: Wikipedia.

In de haven van Scarborough, een stad te Trinidad en Tobago (in de Caribische zee, ten noorden van Venezuela) is het Nederlandse schip Huis van Kruiningen gevonden. Het schip is gezonken tijdens de ‘Eerste Slag bij Tobago’ die van 3 tot 12 maart 1677 duurde. Het eiland vormde destijds de Nederlandse kolonie Nieuw Walcheren en de Fransen wilden het strategische gelegen eiland veroveren. Deze slag is enkel bekend uit geschreven bronnen, maar met de opgravingen onder water komt daar nu ook feitelijke informatie bij.

Kolonie Nieuw Walcheren
Het eiland Tobago was van 1628-1677 een kolonie van de West-Indische Compagnie. Het was een gewilde plek, gelegen bij de monding van de Venezolaanse Orinoco rivier. Daarnaast had het eiland belangrijke exportproducten als tabak, suiker, rum en cacao. Het eiland werd in 1628 veroverd door Pieter Adriaanszoon Ita, maar vanwege strubbelingen (overvallen en plunderingen) van de inheemse bewoners op Nederlandse kolonisten konden de Nederlanders zich moeilijk vestigen.
Bij de Vrede van Westminster (1654) kregen de Zeeuwen rechten op Tobago toebedeeld, waarna ze een nederzetting (Lampsinsburg, het huidige Scarborough) stichtte.

Slag bij Tobago
Maar de strijd om Tobago was nog niet voorbij. Op 6 december keerde d’Estrées terug. Hij viel Lampsinsburg opnieuw aan, maar dit keer vanaf het land. Tijdens de strijd explodeerde een kanonskogel vlakbij het kruitmagazijn in de vesting. Hierbij kwamen zo’n 250 man om het leven, de resterende bevolking gaf zich over. Het fort werd vervolgens door de Fransen vernietigd en bij de Vrede van Nijmegen (1678) werd Tobago officieel Frans gebied.

Huis van Kruiningen
Huis van Kruiningen is het grootste schip van de Nederlandse vloot bij de Eerste Slag om Tobago, zo’n 40 m lang en 10 m breed. Maar het was nog steeds kleiner (drievierde) dan het Franse schip binnen de strijd: Le Glorieux. Het Nederlandse schip had 56 kanonnen en 129 man aan boord. Tijdens de slag voerde het schip een dappere strijd. Over het vergaan van het schip geven de historische bronnen verschillende verslagen. Sommige bronnen schrijven dat de kapitein de touwen van het anker doorsneed en dat daardoor het schip zonk. Andere geven aan dat de kapitein het schip in brand zette. In ieder geval is het schip vergaan om haar van verovering en plundering door de Fransen te behoeden.
Het schip is afgelopen zomer aangetroffen in de haven van Scarborough, bijna per ongeluk, omdat ze buiten de grenzen van het verwachtingsgebied lag. Het wrak is uitvoerig in kaart gebracht. Uit onderzoeken bleek van het schip niet veel meer over te zijn, maar dat de vondsten (Delfts aardewerk, Goudse pijpen en baardmankruiken) een rijke en typische Nederlandse welvaart aantonen. Mogelijk dat de onderzoeken op het schip ook meer duidelijkheid zal geven over de schip zijn lot.

Bron: today.uconn.edu/

Terug naar bijzonder schip Antikythera

Door: Jacobine Melis

Na meer dan een eeuw hebben er opnieuw opgravingen plaatsgevonden in het schip van Antikythera. Bij onderzoeken in 1900 werd een zeer rijke lading aangetroffen waaronder de eerste zogenoemde analoge computer: het mechanisme van Antikythera. De opgravingen moesten destijds gestaakt worden vanwege de diepte van het schip en het gevaar dat dit met zich meebracht. Maar met nieuwe duiktechnologieën zijn duikers nu teruggekeerd om het schip verder te onderzoeken. Er zijn opnieuw mooie vondsten aangetroffen.

Opgravingen
In 1900 werd het wrak bij toeval ontdekt toen sponsduikers vanwege een storm uit koers kwamen. Op een diepte van ca. 55 m en vlakbij de kust van het eiland Antikythera (Griekenland) trof men het wrak van een Grieks schip aan. Na de ontdekking keerden duikers verschillende malen terug naar het schip en haalden bijzondere en rijke voorwerpen boven water. Helaas bleek de diepte waarop het schip lag te groot en daardoor te gevaarlijk: één duiker overleed en twee anderen raakten verlamd. Men besloot de onderzoeken te staken.
Nu is er een nieuw team duikers en archeologen teruggekeerd naar het schip. Het schip ligt te diep om met normale duikuitrusting te onderzoeken. Er moet daarom gebruik gemaakt worden van rebreathers, duikapparaten die een gedeelte van de uitgeademde lucht opnieuw gebruikt. Hierdoor heeft de duiker veel langer, tussen de drie en zes uur, aan duiktijd.
Het eerste opgravingsseizoen is juist afgerond (15 september-7 oktober 2014). Tijdens dit onderzoek is er een hoge resolutie, 3D kaart gemaakt van het schip en de locatie. De lading van het schip is onderzocht en laat zien dat deze zeer goed gepreserveerd is. Verrast waren de duikers om de grootte van het gebied waarbinnen de vondsten verspreid lagen: een gebied van 300 m. Ook blijkt dat het schip groter is dan eerder gedacht: 50 m lang. Daarnaast zijn er verschillende

Ephebe van Antikythera. Bron: Wikipedia
Ephebe van Antikythera. Bron: Wikipedia

nieuwe, bijzondere vondsten aangetroffen: rijk tafelgoed, schiponderdelen en een 2 m lange bronzen speer die waarschijnlijk behoorde tot een levensgroot krijgersbeeld van de godin Athena. Volgend jaar worden de opgravingen voortgezet.

Het schip
Het nieuwe onderzoek heeft uitgewezen dat het schip wel 50 m lang is, waardoor het het langste schip uit de antieke tijd is. Het schip wordt dan ook wel de antieke Titanic genoemd. Het schip is gemaakt van Iepenhout. C14-dateringen op het hout komen tot een datering van 220 v. Chr. ±43, rond die tijd is het schip gebouwd. Het schip is rond 70-60 v. Chr. gezonken bij het eiland Antikythera op zijn reis van de kust van Klein-Azië (tegenwoordig Anatolië) naar Rome. Waarschijnlijk werd het schip tijdens een gewelddadige storm tegen de kliffen van het eiland aan gegooid met als gevolg dat het zonk.
Het schip had een zeer rijke, bijzondere lading bij zich, mogelijk dat het geplunderde schatten betrof. Bij onderzoeken begin vorige eeuw zijn er onder andere bronzen en marmeren beelden (waaronder een bronzen beeld van een jonge man, de Antikythera Ephebe), sieraden, rijk versierde meubels, en glas aangetroffen. Maar de meest bijzondere vondst die destijds gedaan is, is wel de zogenoemde eerste analoge computer: het Antikythera mechanisme.

Het mechanisme van Antikythera. Bron: Wikipedia.
Het mechanisme van Antikythera. Bron: Wikipedia.


Antikythera mechanisme
Het mechanisme is door Griekse wetenschappers ontwikkeld om astronomische tijdberekeningen te maken en zonsverduisteringen te voorspellen. Op het apparaat was de stand van de zon, maan en planeten en het verloop van de belangrijkste sterren af te lezen. Ook diende het apparaat als kalender voor belangrijke culturele evenementen als de Olympische Spelen. Het gevonden exemplaar is gedateerd tussen 150-100 v. Chr.
De techniek was zeer vooruitstrevend, maar is helaas na de antieke periode verloren gegaan. Soortgelijke apparaten werden pas weer in de Late Middeleeuwen opnieuw ontwikkeld.
Het mechanisme is in 82 fragmenten aangetroffen, bij onderzoek naar het apparaat bleek het uit 30 bronzen wielen te hebben bestaan. Bij de werking van het apparaat wordt er van uitgegaan dat de datum kon worden ingevoerd door aan verschillende schijven te draaien, vervolgens konden de astronomische gegevens over die datu afgelezen worden. Ook kon het apparaat andersom gebruikt worden: wanneer er een gebeurtenis – bijv. een zonsverduistering – werd ingevoerd dan kwam als uitkomst de eerstvolgende datum wanneer dit plaats zou vinden.

Bron: www.whoi.edu

Lichaam van Philips van Macedonië geïdentificeerd

Door: Folkert Westra

Griekse onderzoekers hebben bevestigd dat botten die gevonden zijn in een Koninklijke tombe in het Griekse Vergina, zo’n 50 kilometer ten westen van Thessaloniki, toebehoren aan de Macedonische koning Philips II, de vader van Alexander de Grote.
Er is uitgebreid onderzoek uitgevoerd op 350 botten en fragmenten die zijn gevonden in twee Larnakes (kleine grafkisten). Het onderzoek verschafte duidelijkheid over de activiteiten en opgelopen trauma van de overledenen en heeft geholpen bij de identificatie. Naast de gecremeerde resten van Philips II, bevatte de tombe ook de botten van een vrouwelijke Skythische krijger.

De vondst
Binnen de opgegraven grafheuvel bevonden zich drie tombes. Tombe I bleek te zijn geroofd; tombe II was onaangetast en bevatte de nu onderzochte resten; en tombe III bleek ook ongestoord en bevatte de crematieresten van een jonge man.. In de grafruimte van tombe II bevond zich het bijna complete gecremeerde skelet van een man, gecremeerde resten van een vrouw bevonden zich in de voorruimte. Als grafgiften waren gouden, zilveren en bronzen objecten, wapens en uitrusting meegegeven.
Sinds de ontdekking van de tombe en de botten door de Griekse archeoloog Manolis Androkikos in 1977-78, discussieerden wetenschappers over de identiteit van de personen in de tombe, en dan met name over de resten in tombe II. Volgens experts waren de resten afkomstig van Phillips II en Cleopatra of Meda, één van zijn twee vrouwen, óf van Philips III Arrhidaeus  -de halfbroer van Alexander de Grote- en zijn vrouw.

De identificatie
Het mannelijke individu leed aan een ontsteking aan zowel de voorhoofds- als bovenkaakholte, die waarschijnlijk is ontstaan door een oude verwonding aan het gezicht. Deze verwonding kan gerelateerd zijn aan een verwonding die Philips II in 354 v. Chr. opliep door een pijl die hem verwondde en verblindde aan zijn rechteroog. De onderzoekers vonden nog meer aanwijzingen die een identificatie voor Philips ondersteunen. Omdat Philips een krijger was liep hij vele verwondingen op, wat door historische bronnen wordt bevestigd. Aanwijzingen op de ribben geven een indicatie van een ontsteking van het borstvlies. Volgens de onderzoekers zou dit een effect kunnen zijn van een verwonding die Philips opliep toen zijn rechter sleutelbeen werd verbrijzeld door een lans in 345-344 v. Chr. Verdere indicaties geven aan dat het hier een individu van middelbare leeftijd betrof die regelmatig paard reed.
De onderzoekers concludeerden verder dat het lichaam vlak na overlijden is gecremeerd, wat de theorie dat het gaat om de resten van Philips III Arrhidaeus uitsluit. Arrhidaeus is namelijk eerst begraven, weer opgegraven, gecremeerd en vervolgens herbegraven.

Vrouwelijke krijger
De identificatie van de vrouwelijke resten uit de tombe ondersteunt volgens de onderzoekers de theorie dat de mannelijke overledene daadwerkelijk Philips II is. De vrouw die was bijgezet in de voorruimte was bij overlijden tussen de 30 en 34 jaar oud. Haar leeftijd sloot al een heel aantal personen uit, omdat geen van Philips’ vrouwen deze leeftijd had. Daarnaast werd ook de identificatie van Arrhidaeus uitgesloten, omdat zijn vrouw bij overlijden jonger dan 25 jaar was.

Ook het vrouwelijke individu vertoont sporen van frequent paardrijden. Daarnaast had zij in haar leven een breuk opgelopen aan haar linkerbeen, wat voor een zichtbare verkorting heeft gezorgd. Hieruit is ook geconcludeerd dat een paar ongelijke scheenplaten –waarvan de linker korter is dan de rechter- en ander Skythisch wapentuig in de voorruimte aan deze vrouw kunnen worden toegeschreven. Dat het gaat om een Skythische krijgsvrouw versterkt de identificatie van Philips II, omdat voor zover bekend hij de enige Macedonische koning was die een relatie heeft gehad met een Skythische. Er wordt door de onderzoekers nog verder gespeculeerd over een verdere identificatie van de vrouw, maar bij gebrek aan verdere aanwijzingen is het veiliger om het hierbij te laten.

Bron: new.discovery.com

Bijzondere kanovondst in Nieuw-Zeeland

Door: Folkert Westra

Archeologen van de Universiteit van Auckland hebben langs de Nieuw-Zeelandse kust een groot stuk van een Oost Polynesische zeilkano uit ongeveer 1400 na Christus gevonden. Het fragment van de Kano werd in 2012 op het noordwestelijke einde van het Nieuw-Zeelandse Zuider Eiland ontdekt en is 6 m lang. De vondst werd niet ver van het Anaweka estuarium gedaan,vandaar dat de archeologen de kano de naam Anaweka hebben gegeven.
De kano was in totaal ongeveer 20 m lang en gemaakt van de inheemse New Zealand Matai. Rond 1400 na Chr. heeft de kano voor het laatst gevaren. De vondst van de kano is belangrijk omdat reconstructies van Polynesische kano’s tot nu toe voornamelijk gebaseerd waren op waarnemingen van Europese ontdekkingsreizigers. Extra bijzonder is dat de vondst het bewijs levert dat de Polynesiërs de enorme afstanden tussen de Polynesische eilanden en Nieuw-Zeeland in kano’s konden afleggen.

Schildpad
Bijzonder aan de Anaweka kano is dat er in de romp een afbeelding van een zeeschildpad is uitgesneden. Dit is een symbolische connectie met de voorouderlijke Polynesische cultuur en kunst. Hoewel zeeschildpadden wel voorkomen in Nieuw-Zeelandse wateren is het toch heel uitzonderlijk dat schildpadmotieven gebruikt worden in pre-Europese Maori kunst. De onderzoekers denken dan ook dat de schildpad decoratie verband houdt met de vroege datering van de kano en de culturele associaties met het tropische Polynesië.

Polynesiërs
De eerste Polynesiërs waren zeevaarders die goede navigatietechnieken hadden ontwikkeld. Ze koloniseerden eilanden die tot dan toe onbewoond waren door zeer lange zeereizen via kano’s te maken. Er zijn aanwijzigen dat rond 1280 na Chr. een uitgestrekt gebied tussen Paaseiland, Hawaï en het zuiden van Nieuw-Zeeland door Polynesiërs werd bewoond.
De onderzoekers concluderen dat de vondst van de Anaweka kano nieuwe informatie geeft over oude Maori-kanotechnieken en een beter inzicht geeft over vroege technologie en zeereizen in tropisch Oost-Polynesië.

Bron: http://www.sci-news.com
Publicatie: Dilys A. Johns et al. An early sophisticated East Polynesian voyaging canoe discovered on New Zealand’s coast. PNAS, online gepubliceerd op September 29, 2014; doi: 10.1073/pnas.1408491111

Graven in Sint-Janskerk, Gouda

Door: Jacobine Melis

In mei 2014 zijn er opgravingen geweest in het koor van de Sint-Janskerk (of Grote Kerk) te Gouda, deze waren noodzakelijk vanwege het herstellen van de funderingen. In het koor bevonden zich 8 grafkamers waarvan de meesten waren geruimd bij eerdere restauraties, maar één grafkelder was nog intact en bevatte zes skeletten. Ook onder de kooromgang zijn verschillende menselijke resten aangetroffen. Na fysisch-antropologisch en historische onderzoek (kerkarchieven) is er meer bekend over de hier begraven mensen.

Grafkelder
In de grafkamer lagen 6 personen, allen leden van de burgemeestersfamilie Van Rietveld, waaronder Catharina van Rietveld-Van der Dussen. Deze burgemeestersvrouw overleed in 1715 op 51-jarige leeftijd. Botonderzoek wees uit dat ze rugklachten moet hebben gehad en van lekker eten hield.

Andere resten in kooromgang
Onder de kooromgang zijn naast vele losse beenderen, zestien vrijwel complete skeletten aangetroffen, daterende van de 16e tot de 19e eeuw. Waarschijnlijk behoort een van de resten tot een 17e-eeuwse rector van de Latijnse school in Gouda. Bijzonder was de vondst van een schedel met een flinke pluk haar, dat door de conserverende werking van een metalen haarband nog bewaard is gebleven.
De menselijke resten zullen later weer bijgezet worden onder de kooromgang.

Bron: Algemeen Dagblad

Vergeten Bier tot leven gewekt

 Door: Folkert Westra

Archeologie en bier vormen traditioneel een goede combinatie. Nu is het zelf mogelijk om een archeologisch verantwoord biertje te drinken.
In 2010 troffen duikers bij een onderzoek van een scheepswrak uit 1842 voor de Finse kust een lading van 145 flessen champagne en 5 flessen bier aan. Het was in de 19e eeuw niet heel gebruikelijk dat bier in flessen zat, maar juist door het gebruik van glazen flessen was de inhoud goed geconserveerd. Om het recept van het bier te reconstrueren werd aangeklopt bij de onderzoeksgroep Brouwerijtechnologie van de KU Leuven. De onderzoeksgroep werkte een jaar aan de reconstructie van het bier. Op basis van de micro-organismen in de flessen kon worden nagegaan welk gist en welke bacteriën de 19e-eeuwse brouwers gebruikten. Hieruit bleek tevens dat het bier oorspronkelijk uit België afkomstig was. Met de gevonden ingrediënten werd een reeks proefbieren gebrouwen, waar uiteindelijk het bier met de beste smaak is uitgekozen. Het laboratorium produceerde in totaal 1500 liter bier en kon daarmee ongeveer 1700 flesjes vullen. Om de reconstructie zo nauwkeurig mogelijk te benaderen is gebruik gemaakt van flessen van handgeblazen glas.

De Finse bierbrouwer Stallhagen gaat het bier in productie nemen, onder de noemer Stallhagen Historic Beer 1842. Voor een luxefles van dit Historic Beer, in de handgeblazen flessen, betaal je overigens maar liefst 113 euro. Je geld wordt wel goed besteed; een deel van de opbrengst komt ten goede aan wetenschappelijke projecten, zoals archeologisch onderzoek in de Finse wateren.

Bron: nieuws.kuleuven.be.

Grottekeningen te Indonesië: oudste van de wereld

Door: Jacobine Melis

Uit nieuw onderzoek op prehistorische schilderingen in een grot te Maros, Zuid-Sulawesi (Indonesië) blijkt dat de schilderingen de oudste grotschilderingen in de wereld zijn. Voorheen werd gedacht dat de schilderingen in West-Europa, in Spanje en Frankrijk, de oudste waren. Er werd vanuit gegaan dat het idee van kunst in Europa is ontstaan, maar deze ontdekking zet dat geheel op zijn kop.

Ontdekking
De grotschilderingen zijn al in de jaren ’50 van de vorige eeuw gevonden door de Nederlandse archeoloog H.R. van Heekeren. Het betreffen handafdrukken die gemaakt zijn door de hand dicht tegen de muur te drukken en vervolgens verf rond de handen te blazen; figuratieve afbeeldingen van gehoefde dieren die in het gebied voorkwamen en van menselijke figuren.

Onderzoek
Het onderzoek is uitgevoerd op de stalactietachtige blaasjes die op de tekeningen gevormd zijn. De chemische analyse van de blaasjes toont aan dat de handafdrukken minimaal 39.900 jaar oud zijn. Op eenzelfde wijze zijn de tekeningen van dieren onderzocht, hieruit bleek in de grot tevens de oudst bekende figuratieve schildering te zijn: een Indonesisch varken daterende tussen 35.700-35.400 jaar geleden. De jongste afbeeldingen in de grot dateren uit 27.000 jaar geleden, dit betekent dat mensen hier over een tijdspan van 13.000 jaar geregeld in de grond kwamen.
Het onderzoek op deze resten is het begin van uitgebreid onderzoek in dit gebied. Verwacht wordt dat er hier in de komende jaren nog veel belangrijke ontdekkingen zullen volgen.

Belang voor de archeologie
Kunst en het abstracte denken zijn belangrijke ontwikkelingen in de evolutie van de mens, dit is wat de mens onderscheidt van andere dieren. Eerder werd er vermoed dat deze eigenschap zich ontwikkeld heeft in Europa. Maar nu blijkt dat er op zo’n grote afstand van elkaar vergelijkbare ontwikkelingen zijn geweest, is het waarschijnlijk dat de moderne mens deze creativiteit al in Afrika heeft ontwikkeld. En toen de mens Afrika verliet en zich verspreidde over Europa en andere continenten deze eigenschap al met zich meedroeg.
Het is kortom een zeer belangrijke ontdekking om te bepalen wanneer de eigenschappen van de moderne mens zijn ontdekt.

Bron: BBC