Resten Duitse soldaten gevonden

Door: Jacobine Melis

Het Belgische dorp Bikschote lag in de Eerste Wereldoorlog op de frontlijn. Geregeld komen daar sporen van de oorlog naar boven, maar dit keer vonden de archeologen wel een erg bijzonder tafereel: de resten van 7 gesneuvelde, Duitse soldaten.
De Duitse soldaten zijn in de eerste jaren van de oorlog gesneuveld, 1914-1915; getuigende de pinhelmen, later in de oorlog droegen de Duitsers de welbekende Stahlhelmen. De militairen lagen slordig bij elkaar. Twee lagen er op hun buik en drie op de rug; alsof ze in haast, óf mogelijk door de vijand begraven zijn.

Voorbeeld van een pinhelm. Bron: wikipedia.
Voorbeeld van een pinhelm. Bron: wikipedia.

Op dit moment worden de resten van de soldaten verder onderzocht: mogelijk dat de insigne op de jas nog leesbaar is en er achterhaald kan worden tot welke eenheid de soldaten behoorden. Na het onderzoek zullen de resten via de politie worden overgedragen aan de Duitse ambassade. Hun laatste rustplaats zullen ze waarschijnlijk op het dichtstbijzijnde militaire, Duitse begraafplaats (bij Langemark) vinden.

Frontlijn
Bikschote lag op de frontlijn van de Ieperboog, een uitstulping in het westfront rond de stad Ieper. Tijdens de Eerste Slag om Ieper (okt-dec 1914) vormde het centrum van Bikschote de meest bevochten plaats en wisselde het vaak van bezetter. De belangrijkste slag tijden de Eerste Slag om Ieper is die bij Langemark, ook wel bekend als de Kindermoord van Ieper; waar geallieerden tegenover het 26e en 27e Duitse Reservekorps stonden. Deze korpsen bestonden uit onervaren en ongetrainde Duitse scholieren en studenten. Velen van hen vonden daar hun dood.

Over de opgraving is een reportage gemaakt. Bekijk hem hier: www.focus-wtv.be

Bron: www.hln.be

Halve maan (vestingwerk) in Groenlo

Door: Jacobine Melis

Tijdens werkzaamheden voor het uitgraven en verbreden van de gracht is er een gedeelte van een halve maan gevonden. Een halve maan is een in de hoofdgracht gelegen onderdeel van een vesting (nr 8 op de afbeelding). De naam refereert naar de vorm van de vestingwerk, die de vorm van een halve maan heeft. Dit is bij deze vondst te Groenlo ook duidelijk het geval. Het kwam niet als een verassing dat de halve maan hier aangetroffen werd, op oude kaarten werd hier ook een halve maan afgebeeld.
Tijdens het archeologisch onderzoek is de structuur nauwkeurig gedocumenteerd. En ook al was het maar een klein stuk van de verdedigingswerken dat onderzocht kon worden, het draagt wel weer bij aan de gehele kennis van de vesting te Groenlo.

Nummer 8 is de halve maan in vestingwerk. Bron: wikipedia.
Nummer 8 is de halve maan in vestingwerk. Bron: wikipedia.

Vestingstad Groenlo
Als stad nabij de grens van Duitsland, werd Groenlo verschillende keren belegerd, met name tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Tussen de belegeringen door werden de vestingmuren en grachten verder uitgebouwd en versterkt. Nadat de vesting werd bezet door de Bisschop van Münster in 1674, verliest de stad haar functie als belangrijke vestingstad bij de grens en worden de verdedigingswerken afgebroken.

Bron: www.achterhoeknieuwsoostgelre.nl

Bijzonder gave, Britse loopgraaf

Door: Jacobine Melis

Tijdens rioleringswerkzaamheden in Wieltje (nabij Ieper) zijn de resten van een bijzonder gave, Britse loopgraaf aangetroffen. De constructie van de loopgraaf bestaat uit een omgedraaid A-frame, aan de buitenzijde beslagen met golfplaten. Op de bodem lagen loopplanken, soms meerdere op elkaar, wat de suggestie wekt dat de grond op die plekken erg nat was. De bovenzijde van de loopgraaf was afgewerkt met zandzakken.

Tijdens de opgraving zijn enkele bijzondere ontdekkingen gedaan. Zo werd er in de loopgraaf een trap aangetroffen die naar een deep dugout leidde, een soort ondergrondse schuilkelder of rustplaats waar officiers maar ook troepen zich konden terugtrekken. Daarnaast zijn er ook vele voorwerpen gevonden die kenmerkend zijn voor het leven in de loopgraven: geweren, stukken uitrusting, medicijnen (ampul met jodium, zie afb.), conservenblikken, e.d.

Bron: www.onroerenderfgoed.be

Romeinse muntschat gevonden in Den Haag

Door: Folkert Westra

In Den Haag hebben archeologen kort geleden een muntschat uit de Romeinse tijd gevonden. Bij opgravingen op de plek waar de Rotterdamsebaan komt te liggen, werd een Romeins potje aangetroffen, met daarin een grote klomp metaal. Bij het uitpluizen van de klomp bleek deze een grote hoeveelheid Romeinse zilveren munten te bevatten. Daarnaast werden er zes zilveren armbanden, een verzilverde mantelspeld en wat glazen kralen –waarschijnlijk afkomstig van een ketting– aangetroffen.

Munten
In totaal werden 107 munten uit de metaalklomp gehaald, die allemaal min of leesbaar waren. Het aantal Romeinse munten dat in Den Haag is aangetroffen, is met deze ontdekking in één klap verdubbeld. Een aantal munten was al oud toen de schat in de grond werd gestopt. De oudste munt in de muntschat was namelijk van keizer Nero en de jongste van keizer Marcus Aurelius. Zeschelen een eeuw in ouderdom. Ook bevatte de muntschat een aantal bijzondere munten, zoals die van keizer Otho, die maar drie maanden regeerde. Alle munten waren zilveren Denarii. Wat opvallend is, omdat veel munten in die tijd van koper waren en zilver ook bij de Romeinen kostbaar was. Omdat alles bij elkaar in een pot is opgeborgen is het zeker dat de muntschat doelbewust is begraven. Of het gaat om een offer of dat de kostbaarheden zijn verstopt wegens dreigend gevaar is echter niet zeker te zeggen.

Armbanden
De zes armbanden zijn allemaal in een vergelijkbare stijl, maar er zijn kleine verschillen te herkennen waaruit valt af te leiden dat het drie verschillende paren betreft. Mogelijk was het een gebruik om een dergelijke armband aan beide polsen te dragen.

De locatie waar de muntschat is gevonden is zeer bijzonder. Inmiddels is duidelijk dat op die plek een nederzetting met boerderijen heeft gestaan. Het komt niet vaak voor dat zo’n rijke schat in een rurale omgeving wordt gevonden.

Bron: www.denhaag.nl

Skelet opgegraven in tombe Amphipolis

Door: Folkert Westra

Archeologen hebben in de tombe in Amphipolis een skelet aangetroffen. Dat maakte het Griekse Ministerie van Cultuur vorige week bekend. De tombe stamt uit de tijd van Alexander de Grote en zou toebehoren aan een belangrijk figuur die dicht bij Alexander stond. Eerder berichten we al over de bijzondere vondsten die zijn gedaan in de tombe. Toen werd er nog vanuit gegaan dat het graf van een belangrijke vrouw was  ̶  wellicht de moeder of vrouw van Alexander. Hoofd-archeoloog Katerina Peristeri gaat er nu van uit dat de aangetroffen resten afkomstig zijn van een man; wellicht een belangrijke generaal van Alexander.

De menselijke resten werden gevonden in een kalkstenen graf dat zich 1,6 meter onder de vloer van de derde kamer van de tombe bevond. Het graf was 3,23 meter lang, 1,56 meter breed en 1,8 meter hoog. In het kalkstenen graf troffen de archeologen de resten van een houten grafkist, ijzeren en koperen spijkers, been- en glasfragmenten aan – waarschijnlijk decoratie van de grafkist. Omdat delen van het skelet buiten het graf zijn aangetroffen wordt er sterk rekening mee gehouden dat het graf in het verleden is geroofd. Het is overigens opmerkelijk dat hier een compleet lichaam is begraven. Het was in de tijd van Alexander de Grote gebruikelijker om het lichaam eerst te cremeren en de resten daarna bij te zetten in een graf.

De opgravingswerkzaamheden aan de tombe zijn inmiddels afgerond, maar het zal nog vele maanden duren voordat de onderzoekers klaar zijn met het analyseren van de vondsten.

Bronnen:
bbc.co.uk
News.discovery.com

Belgische onderzoekers ontrafelen mysterieus middeleeuws grafritueel

Door: Folkert Westra

Het is Belgische onderzoekers van de KU Leuven en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen gelukt de functie van een bepaald type middeleeuws grafvaasje te achterhalen. Jarenlang was onduidelijk waarvoor de vaasjes dienden, terwijl zij op heel veel plekken in Europa werden aangetroffen; van Denemarken tot het Middellandse Zeegebied. Nu is duidelijk dat de vaasjes zijn gebruikt als wierookbrander.

Op verschillende plekken in Wallonië troffen archeologen bij opgravingen grafvaasjes aan die resten van houtskool bevatten. Zij werden zowel in mannen- als vrouwengraven gevonden en dateren uit de 12e-14e eeuw. De onderzoekers hebben de inhoud van verschillende vaasjes aan chemische analyse onderworpen en stelden vast dat ze veel stoffen bevatten die specifiek zijn voor wierook. De houtskool was afkomstig van lokaal hout en is waarschijnlijk uit huiselijke haarden hergebruikt. De wierook zou volgens de onderzoekers uit Indië of Zuid-Arabië zijn meegebracht.
Vanaf de 11e eeuw werden door kruisvaarders veel luxe goederen uit het Heilige Land meegebracht zoals geurige harsen, kruiden en parfums. Wierook was één van de kostbaarste handelsgoederen, vaak zelfs kostbaarder dan goud. De onderzoekers ontdekten dat de wierookhars in de vaasjes soms werd vermengt met goedkopere geurstoffen als dennenhars en jeneverbessen. Aan de ene kant is dit opmerkelijk omdat in die tijd materiële en spirituele reinheid grote idealen waren. Wierook was daarentegen zo duur dat het wel verklaarbaar is dat er lokale producten aan werden toegevoegd om de prijs te drukken. Officieel werd het gebruik van andere harsen en wierookmengsels door de paus pas in de late 16e eeuw toegelaten, maar het onderzoek concludeert dat dit al veel eerder gedaan werd.

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE en zijn hier te lezen.

Bron: Archeonet.be

Zeewijk, een grote nederzetting van de Enkelgrafcultuur

Door: Jacobine Melis

Aan de hand van het Odyssee-project “Het openen van de laatneolithische schatkist van Noord-Holland” is er een drietal opgravingen uitgewerkt. Het derde en laatste project, Zeewijk, is nu als gratis PDF gepubliceerd. Zeewijk is een gebied in Noord-Holland, ten westen van Winkel. Tijdens de uitwerking bleek een gebied van minimaal 1 hectare als nederzettingsterrein, het gehele jaar rond in gebruik te zijn geweest. De verschillende activiteiten – bewoning, ploegen, telen, vee houden, ambachtelijke activiteiten – vonden tegelijkertijd plaats; en volgden elkaar op in tijd en locatie.

Opgraving
In de jaren ’80 van de vorige eeuw heeft er vooronderzoek plaats gevonden, hieruit kwamen twee gebieden met cultuurlagen naar voren, Oost- en West-Zeewijk. Beide gebieden op oeverwallen van een kreekrug. De opgravingen vonden enkele jaren later plaats in drie campagnes, bijzonder hierbij was de grote afmeting van de locatie en het hoge aantal vondsten. Binnen de opgravingen zijn verschillende bewoningsstructuren aangetroffen, met name op de hogere oeverwallen. Op de lagere gedeelten waren er vooral sporen van veeteelt: hoefafdrukken en de botanische gegevens geven bewijs van graslanden.

Bewoning
De eerste bewoners kozen de hogere, zandige kwelderruggen als locatie voor hun huizen. Runderen vormden de grootste voedselbron binnen de nederzetting. Ook werden er schapen/geiten en varkens gehouden, maar zij werden minder vaak gegeten. Daarnaast waren het behendige vissers: ze gebruikten vallen, fuiken, visweren en verzamelden mossels op de natuurlijke mosselbanken. Bovendien zijn er botten gevonden van gejaagde zoogdieren: eenden en ganzen, bevers, hermelijn, bruine beer en wilde kat. Naast de vlees- en visproducten voedden de bewoners zich ook met gerst en tarwe, die op de nabijgelegen akkers (samen met vlas) werden geteeld. Bij de vondsten zat een voor Nederland bijzondere vondst van aardewerken platen met aangekoekt voedsel, bewijs dat de platen werden gebruikt ter bereiding van voedsel. Naast het vergaren van voedsel vonden er ook andere, ambachtelijke activiteiten plaats in de nederzetting: er werden barnstenen sieraden (en mogelijk ook benen kralen) gemaakt, vuurstenen artefacten vervaardigd (met name boortjes en schrapers), wol gesponnen en stof geweven.
Concluderend wordt gesteld dat de bewoners tot de Enkelgrafcultuur (genoemd naar het grafritueel om de doden in afzonderlijke graven te leggen) behoorden. Het betrof een grote nederzetting van verschillende huishoudens die verbonden waren door verwantschap (genetisch of via ‘huwelijk’). Het is onbekend hoeveel huishoudens er tegelijkertijd woonden, maar zeker kan genoemd worden dat de bewoners een stabiel leven leidden.

Het PDF-bestand is hier via deze link te raadplegen

Bron: RCE

Kleinere vissen door selectie voorouders

Door: Folkert Westra

Jagers-verzamelaars in de Steentijd hoefden niet op te scheppen over de grootte van de gevangen vissen. Volgens Spaans onderzoek vingen zij 20.000 jaar geleden significant grotere vissen dan er nu gevangen worden. Tot die conclusie kwamen onderzoekers van de Universiteit van Oviedo. Zij vergeleken voor het onderzoek visresten uit prehistorische maaltijden, aangetroffen in grotten in Noord-Spanje, met vissen die tegenwoordig in de lokale rivieren voorkomen.
De zalm en forel in deze regio bleken in de afgelopen 20.000 jaar flink kleiner te zijn geworden, van een gemiddelde van 2,2 naar 0,4 kilo. De onderzoekers concluderen dat het visgedrag van onze voorouders een reden is dat de vissen van tegenwoordig kleiner zijn. De vissers uit de Steentijd zouden alleen de grotere vissen hebben gevangen, omdat deze een betere voedingswaarde hadden. Kleinere vissen werden volgens de onderzoekers alleen gevangen als er niets anders was. Op de langere termijn zorgde de voorkeur voor grotere vissen voor een kleinere vis, omdat er meer kleinere vissen overbleven om zich voort te planten.

Visserslatijn
Voor het onderzoek werden de wervels van zalmen en forellen die zijn aangetroffen op tien prehistorische vindplaatsen in de Spaanse provincie Asturië vergeleken met die van moderne soortgenoten uit de nabije omgeving. Uit de vergelijking kwam naar voren dat de prehistorische vissen zo’n 16 tot 26 cm langer waren dan hun moderne soortgenoten. Een prehistorische visser ving een vis die gemiddeld tussen de 1,3 en 2,2 kilo woog, terwijl moderne hengelaars in de zelfde omgeving een vis van gemiddeld 0,4 kilo aan de haak slaat.

Menselijke invloed
Naast menselijke invloeden worden andere omstandigheden, zoals bijvoorbeeld klimaatverandering, als factoren in het kleiner worden van de vissen gezien. Echter, gezien het feit dat mensen zich al lange tijd in de regio bevonden en vis voor hen als een belangrijke proteïnebron wordt gezien, is het niet verwonderlijk dat zij een grote invloed hebben gehad op het krimpen van de vissoorten.

Bron: http://voices.nationalgeographic.com/

Sloop kerk Garsthuizen vertraagd door monumentenvergunning

Door: Jacobine Melis

Garsthuizen is een wierdedorp in het noorden van Groningen. De huidige hervormde kerk van het dorp dateert uit 1872. Nadat het in verval was geraakt en niet meer tot restauratie over kon worden gegaan, is besloten de kerk te slopen. Onder de kerk liggen echter de funderingen van een grotere, middeleeuwse kerk. Het gebied is aangeduid als archeologisch rijksmonument. De sloop ligt nu stil, omdat er eerst op de archeologische vergunning worden gewacht.

Archeologisch rijksmonument
Een archeologisch rijksmonument wordt beschermd door de overheid, zo worden archeologische resten behouden voor de toekomst. Voor elk rijksmonument is een aparte richtlijn geschreven, over welke bodemingrepen er uitgevoerd mogen worden zonder dat daar een vergunning voor nodig is. Als het monument echter verstoord of gewijzigd wordt, dan moet daar een monumentenvergunning voor aangevraagd worden. Dit kan gedaan worden door het aanvraagformulier in te leveren bij de gemeente die het direct doorstuurt naar de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) en de provincie. Bij het besluit om de vergunning af te geven, worden verschillende aspecten meegenomen:

  • Wordt het monument in gevaar gebracht?
  • Is de ingreep noodzakelijk?
  • Kan het plan aangepast worden, zodat het monument onverstoord zal blijven?
  • Kan de vergunning worden gegeven in overeenstemming met het beleid vergeleken met soortgelijke beschermde monumenten?

Voor meer informatie over de vergunningenaanvraag wil ik jullie wijzen op de beleidsnotitie: lees hem hier.

De middeleeuwse kerk
De middeleeuwse kerk is in de 19e eeuw gesloopt om plaats te maken voor de huidige kerk. Aan de hand van een (kopie van een)oude tekening uit 1824 kan er een beeld worden gevormd van de oudere kerk zie afb. Een beschrijving van de kerk uit 1843 noemt de aanwezigheid van tufsteen aan de westkant van de kerk. Dit doet vermoeden dat de middeleeuwse kerk een voorganger uit de 12e eeuw moet hebben gehad, een kerk met een smaller koor en absis in een romanogotische stijl.

In februari 2014 is er voor het eerst een opgraving gedaan in de wierde van Garsthuizen. Hieruit bleek de huidige kerk inderdaad op middeleeuwse funderingen van kloostermoppen te staan. De middeleeuwse kerk is vermoedelijk breder geweest dan zijn opvolger. Tijdens de opgraving zijn resten van vloeren aangetroffen. Ook is er een skelet aangetroffen die waarschijnlijk ouder is dan de middeleeuwse kerk. Daarnaast zijn er tijdens de opgraving kleine resten tufsteen gevonden, maar helaas geen duidelijke sporen van de eventuele 12-eeuwse kerk.

Na de vergunning
De sloop van de huidige kerk zal voorzichtig plaatsvinden en bovengronds blijven. Dit was sowieso al het plan, maar met de vergunning zal er straks gebruik worden gemaakt van beschermende constructies zodat de funderingen en zerken in de vloer beschermd blijven. Wanneer de monumentenvergunning is afgegeven zal vervolgens de sloopvergunning worden aangevraagd. Dan kan eindelijk gestart worden met de sloop.

Bron: Groningerkerken.wordpress.com

Grieks eiland wordt openluchtmuseum

Door: Folkert Westra

Het griekse eilandje Despotiko wordt een openluchtmuseum. Op het eiland zijn de afgelopen 17 jaar archeologische opgravingen verricht. Het Ministerie van Cultuur heeft nu concrete plannen om het onbewoonde Cycladen eilandje tot een museumeiland te maken, waar bezoekers zowel van de mooie natuur als archeologische vondsten kunnen genieten.

Het belangrijkste archeologische monument is de oude tempel van Apollo, die gebouwd is van marmer afkomstig van het nabijgelegen eiland Paros. De tempel had een façade met zeven pilaren van 3,8 meter hoog. Naast de tempel waren bijgebouwen voor de priesters en de gelovigen. Gegraveerde schelpen tonen aan dat de oude bewoners van het eiland naast Apollo ook Artemis en Hestia (de godin van het haardvuur) aanbaden.
Verdere archeologische sporen tonen aan dat het eiland in het verleden is aangevallen door de marine van Miltiadis en is platgebrand door piraten.

De tempel is gebouwd door de bewoners van het naastgelegen Paros. Zij maakten daarmee een statement ten opzichte van het naburige Naxos, in hun onderlinge rivaliteit om de politieke en economische macht in dat deel van de Egeïsche zee.
Het concept is in Griekenland niet helemaal uniek, het eiland Delos fungeert ook al als openluchtmuseum.

Bron: Greekreporter.com