Metaal smelten via Vikingen naar Canada

Door: Jacobine Melis

In Noord-Canada zijn bij verschillende nederzettingen resten aangetroffen die afwijken van de regionale gebruiken. Ze duiden op de aanwezigheid van Noorse zeevaarders ofwel Vikingen. In een nederzetting, Nanook genaamd, zijn sporen gevonden van metaalbewerking die vergelijkbaar zijn met Europese technieken. Dit zijn op het continent Amerika de vroegste sporen ten noorden van Meso-Amerika van metaalbewerking op hoge temperaturen.

Nanook
De opgegraven nederzetting Nanook (750 v. Chr.-1367 n. Chr.) behoorde tot de Dorsetcultuur, een Paleo-Eskimocultuur die in de 14e eeuw werd opgevolgd door de Inuitcultuur die vanuit Alaska naar het gebied verhuisde. De sporen van de nederzetting – de bouwconstructies en de vondsten – zijn afwijkend van andere Dorset-nederzettingen.
Een van de vondsten was een kleine smeltkroes van 48 mm hoog en vervaardigd uit grijs gesteente. Bij analyse van het voorwerp zijn er in scheurtjes van het gesteente sporen van brons aangetroffen. Het is het vroegste bewijs van het smelten van metalen ten noorden van Midden-Amerika. Wetenschappers vermoeden dat de techniek voor het smelten hier gekomen is vanuit Europa, meegenomen door de Vikingen. De kleine deeltjes metaal die daarnaast binnen de nederzetting zijn aangetroffen, bewijzen dat metaal ook daadwerkelijk hier gesmolten is. Het zal dan zijn gegaan om het produceren van kleine metalen voorwerpen.
Het voorwerp is waarschijnlijk meegenomen door Noorse zeevaarders die zich al in Groenland hadden gevestigd. Zij vaarden naar het noorden van Canada en ontmoetten daar een volk van de Dorsetcultuur.

Vikingen in Noord-Canada
Noorse zeevaarders vestigden zich rond 1000 na Chr. aan de kusten van Groenland, waar zij tot de 15e eeuw verbleven. De kust van Noord-Canada was maar een kleine afstand van hun vestigingsplaats in Groenland, zo’n 400 km. Er zijn vele verhalen overgeleverd in de vorm van Noorse sages die spreken over expedities naar Canada. Maar wetenschappelijk is daar weinig bewijs voor. In sommige nederzettingen van de Dorset- en Inuitcultuur zijn wel Noorse artefacten aangetroffen uit de 13e en 14e eeuw, objecten als slijpstenen en kerfstokken. Ook zijn sommige huisplattegronden typisch voor de Viking-traditie, bekend uit Groenland.

Bron: Wiley Online Library

Romeinse pluk haar gevonden in Leuth

Door: Jacobine Melis

Bij een opgraving te Leuth hebben archeologen de rand van een Romeinse nederzetting aangesneden. Er zijn veel bijzondere sporen uit de 1e-2e eeuw na Chr. gevonden, waaronder een stuk mensenhaar. Er zijn geen vergelijkbare vondsten bekend uit de regio Nijmegen. Het haar bevat zwarte pigment-granulen, wat bewijst dat de eigenaar donker haar had.
Naast het stukje haar zijn er verschillende andere vondsten aangetroffen: geïmporteerd Romeins aardewerk, mantelspelden, waterputten, een graanschuur, kookpotten, wijnbekers en persoonlijke attributen als een mooie kledingstukken. De Romeinse objecten zijn niet alledaags wat erop wijst dat het een welvarende nederzetting moet zijn geweest. De aard van de vondsten duidt daarnaast op de aanwezigheid van een Romeins legerkamp.

Leuth in de Romeinse tijd
Leuth ligt circa 10 km van Nijmegen, dat tijdens de Romeinse tijd een belangrijk castrum was (Ulpia Noviomagus Batavorum) langs de Romeinse grens, de limes. Bij eerdere onderzoeken zijn er verschillende sporen van Romeinse activiteiten in Leuth aangetroffen. Zo werd er in 2000 een opgraving uitgevoerd waarbij zo’n 100 graven uit deze tijd naar boven kwam. Het grafveld lag, zoals bij de Romeinen gebruikelijk was, buiten de stad en langs de Romeinse weg, de huidige Botsestraat.

Bron: BN De Stem en de Gelderlander

Olijfolie van 8000 jaar geleden

Door: Jacobine Melis

Millennialang is olijfolie een vast onderdeel in het Mediterrane eetpatroon. Nu is het vroegste bewijs gevonden voor het gebruik van olijfolie in het mediterrane gebied. Op aardewerken potten gevonden in de nederzetting uit de Vroege Bronstijd, Ein Zippori (ten noorden van Nazareth in de streek Laag-Galilea, Israel) is onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek heeft uitgewezen dat zij zijn gebruikt om olijfolie in op te slaan. Het vroegste aardewerk met sporen van olijfolie is gedateerd op 5800 voor Chr.

Het onderzoek is uitgevoerd door het aardewerk op gebruiksporen en -resten te vergelijken met aardewerk dat door de onderzoekers met olijfolie is besmeerd. Opvallend was dat de sporen erg vergelijkbaar zijn, wat aangeeft dat – ook al heeft het aardewerk voor vele jaren in de grond gelegen – het weinig veranderd is. Daarnaast blijkt de consistentie van de olijfolie ook erg vergelijkbaar is met de olijfolie die we tegenwoordig gebruiken. Bij de opgraving zijn sporen gevonden van het verbouwen van gewassen, mogelijk dat de olijven die gebruikt zijn voor de olie ook verbouwd werden.

Ein Zippori
De opgravingen vonden plaats tussen 2011 en 2013. Er werd een uitgebreide nederzetting van de Wadi Rabah-cultuur opgegraven. Deze cultuur is genoemd naar zijn eerste vindplaats. De Wadi Rabah leefde in de Levant tijdens het Neolithicum. Verder is er van dit volk nog maar weinig bekend. Waar ze precies leefden en in welke periode moet nog verder onderzocht worden.

Bron: Times of Israel

Middeleeuws cultuurlandschap blootgelegd in Zuiderloo

Door: Folkert Westra

Bij archeologisch onderzoek in de wijk Zuiderloo, te Heiloo, onder de rook van Alkmaar zijn mooie vondsten naar boven gekomen. Er werden onder meer waterputten; afwateringsgreppels ;en boerderijen en bijgebouwen uit de Middeleeuwen aangetroffen. Tevens werden ook scherven uit de IJzertijd en Romeinse tijd gevonden, die duiden op nog oudere bewoning. Zuiderloo bevindt zich op de strandwal van Heiloo, die al sinds duizenden jaren bewoond wordt. Door het eerdere gebruik als bollenland was er in eerste instantie weinig hoop op sporen van oude bewoning. Alleen de diepere sporen als waterputten en perceelgreppels zijn ontsnapt aan het diepploegen. 

Het onderzoek
De onderzoekers van het archeologisch bureau Diachron UvA, die de opgraving verrichtten, hebben de boerderijen, bijgebouwen en verspreid liggende waterputten uit de Vroege Middeleeuwen nader onderzocht.  Zo bleek dat midden over het terrein, van noord naar zuid een kleine laagte in het toenmalige oude duinlandschap lag. De laagte werd gebruikt voor het slaan van waterputten en het graven van afwateringsgreppels. Aan weerszijden van de laagte bevonden zich de woonerven met de boerderijen en bijgebouwen.

Waterputten
Het twintigtal aangetroffen waterputten is op verschillende manieren gebouwd. Sommige putten werden gemaakt met behulp van ingegraven tonnen, anderen van vlechtwerk; maar ook houten kistwerk of gestapelde graszoden werden gebruikt. Eén waterput viel op door de grote omvang van 2×2 m. Het bovenste deel van de put was gemaakt van grof gekapte stammen van minstens twee eiken. Waarvoor deze put heeft gediend is voor de onderzoekers nog niet duidelijk.

Landschap
Dankzij het onderzoek is er nu meer bekend geworden over het uitgestrekte vroegmiddeleeuwse cultuurlandschap wat zich onder het huidige tuinbouw gebied bevond. Van noord naar zuid bevonden zich op korte afstand van elkaar vele woonerven van boeren. Mogelijk was er zelfs sprake van meerdere bewoningslinten. In de Late Middeleeuwen was hiervan niets meer te zien.

Bron: www.dichtbij.nl

Koninklijk langhuis ontdekt in Zweden

Door: Folkert Westra

Archeologen van de Universiteit van Stockholm en de Universiteit van Umeå hebben bij de plaats Vadstena in Zweden een Viking langhuis ontdekt van ongeveer 50 m lang. Dit gebeurde met behulp van grondradaronderzoek.
De heuvel waaronder de structuur is aangetroffen werd lange tijd gezien als een grafheuvel, maar de onderzoekers hebben nu achterhaald dat deze heuvel heeft gediend als platform voor een groot gebouw dat hoogstwaarschijnlijk uit de Vikingtijd dateert. Het is goed mogelijk dat het gebouw het huis was van een Koninklijke familie, wiens rijke graven al eerder in de nabije omgeving werden opgegraven.

Het gebouw
Uit de grondradar-metingen is naar voren gekomen dat het gebouw zo’n 50 m lang en 14 m breed is geweest. Verder had het gebouw dubbele muren en vier ingangen. De metingen laten ook nog zien dat zich in het midden van de ruimte een grote vuurplaats bevond.
De archeologen zijn vooral heel blij met de effectiviteit van het onderzoek, waarbij het niet nodig was een schep in de grond te steken. Het laat zien dat geofysische metingen krachtig genoeg zijn om dergelijk onderzoek uit te voeren en maakt het mogelijk voor onderzoekers om een schatting te maken van de ouderdom van een gebouw zonder dat daar een dure opgraving voor nodig is.

Bron: www.su.se

Late Bronstijd boerderij aangetroffen te Wapenveld (GD)

Door: Jacobine Melis

Langs de IJssel te Wapenveld, 10 km ten noorden van Zwolle, zijn sporen aangetroffen van een grote, prehistorische boerderij. Het betreft een woon-stalhuis, een boerderij waarvan een gedeelte als woongedeelte fungeerde en het andere gedeelte als verblijf voor het vee. Deze tweedeling is in huisplattegronden goed te herkennen: in één deel staan namelijk de binnenstijlen veel dichter op elkaar, dit zijn de afzonderlijke stijlen waarbinnen steeds één rund werd gestald.

Naast de boerderij zijn er enkele bijgebouwen aangetroffen en bewijs voor het produceren van aardewerk. Op het eerste gezicht worden de sporen toegeschreven tot de Late Bronstijd (1100-800 v. Chr.).

Bron: De Stentor

Versierde mossel 500.000 jaar oud

Door: Jacobine Melis

In het depot van het Leidse museum Naturalis, is een mossel gevonden die de theorieën rond het ontstaan van abstract denken geheel op zijn kop gooit. Eerder werd gedacht dat het vervaardigen van tekeningen en het daarbij behorende abstract kunnen denken een eigenschap is van de moderne mens (Homo sapiens). Maar de mossel met inkrassingen bewijst dat zij gemaakt is door een voorganger van de moderne mens, de Homo erectus.

Krassen op de mossel
Op de mossel, gevonden door Eugene Dubois in de 19e eeuw aan de oever van de Solo-rivier op Java, zijn kleine inkrassingen gemaakt. Het zijn krassen die zorgvuldig geplaatst zijn, maar die  geen bepaald  figuur uitbeelden. Ze zijn gemaakt door met een scherp voorwerp in de schelp te krassen, hiervoor was veel kracht  nodig. Op dit moment vallen de krassen niet meer op, maar destijds was de mossel donker zwartbruin van kleur en het patroon stak daar felwit van af.
Aan de hand van de zandkorrels en resten vulkaanas in de schelp kon de mossel gedateerd worden op circa een half miljoen jaar geleden (tussen de 640.000-400.000 jaar geleden). Dit maakt het voorwerp tot verreweg het oudst gevonden bewijs van prehistorische ‘kunst’. Eerder dateerden de vroegst ontdekte voorwerpen met inscripties op 75.000 jaar geleden (bijvoorbeeld een stuk rood oker met hekjespatroon uit Zuid-Afrika).
Samen met deze mossel zijn er door paleontoloog Eugene Dubois nog eens 165 prehistorische schelpen meegenomen naar Nederland. Bijzonder aan het gehele complex is dat alle mosselen gaatjes hadden op dezelfde locatie. Waarschijnlijk gebruikten de vroege mensen scherpe voorwerpen om de slotband (de spier die de mossel dicht houdt) te beschadigen zodat de schelp makkelijk open te maken was.

Schedel van de Homo Erectus. Bron: Wikipedia
Schedel van de Homo Erectus. Bron: Wikipedia

Homo erectus
De krassen zijn gemaakt door de Homo erectus (Latijn voor rechtstaande man). Hij leefde tussen 1.900.000-400.000 jaar geleden. Het is de eerste mensachtige die Afrika verliet en zich verspreidde naar Europa en Azië. Op dit moment heerst de theorie dat de mensachtigen van de Homo erectus die in Afrika bleven, zijn geëvolueerd naar de Homo ergaster(1.800.000-1.300.000). Deze Homo ergaster had enkele uiterlijke verschillen met de Homo erectus en verspreidde zich eveneens buiten Afrika, vooral in Europa. Hierdoor leefden beide mensachtigen een lange periode naast elkaar in andere delen van de wereld. De huidige mens, Homo sapiens, is waarschijnlijk een directe afstammeling van de Homo ergaster. Neanderthalers (Homo neanderthalensis) zijn mogelijk direct geëvolueerd van de Homo erectus. 

Bron: de Volkskrant, 4-12-2014

Onderzoek naar 17e-eeuwse scheepswerf in Amsterdam

Door: Folkert Westra

Archeologen in Amsterdam hebben afgelopen maand onderzoek gedaan naar de Stadsschuitenmakerij op het Oostenburgeiland. Deze schuitenmakerij werd in de 17e eeuw gebruikt voor het bouwen van schepen die bedoeld waren voor het onderhouden van de grachten. De Stadsschuitenmakerij lag vlak bij de scheepswerf van de VOC, dat zich op hetzelfde eiland bevond.

Het archeologisch onderzoek was noodzakelijk omdat er volgend jaar appartementen op het terrein zullen worden gebouwd. Bij de opgraving werden onder andere baardmankruiken en majolica borden aangetroffen, die informatie kunnen leveren over hoe de mensen daar leefden. Naast deze vondsten zijn er ook overblijfselen van werkplaatsen, scheepshellingen en kademuren aangetroffen. Deze vondsten leveren volgens stadsarcheoloog Jerzy Gawronski veel nieuwe informatie op. In eerste instantie was de enige informatie over dit gebied afkomstig van plattegronden uit het archief, maar nu zijn de constructies van de werf en de haven zelf zichtbaar geworden.

Bron: www.erfgoedstem.nl

Bijzondere vondst van schip te Zutphen

Door: Jacobine Melis

In Zutphen is, tijdens werkzaamheden aan de Marstunnel, een volgens de RCE (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) voor Nederland bijzondere vondst gedaan. De resten van een schip van rond 1600 zijn aangetroffen. De vondst is bijzonder vanwege de goede staat waarin het hout verkeert. Het schip is gelegen in een oude, dode meander van de IJssel.
Op het eerste gezicht werd gedacht dat het om een Rivieraak zou gaan, maar nader onderzoek heeft uitgewezen dat het een Praam betreft, een vaartuig met platte bodem. Waarschijnlijk werd het schip gebruikt als veer tussen de stad Zuthpen en De Mars, destijds dienstdoende als stadsweide, waar mensen met bepaalde rechten koeien mochten laten grazen.

De gemeente Zutphen probeert de resten van de boot te conserveren zodat ze later tentoongesteld kunnen worden. Het is echter nog even de vraag of dit gaat lukken omdat de resten worden gedroogd en het hout dan wat zal krimpen.

Hier ook nog een filmje van omroep Gelderland.

Bron: www.destentor.nl

Middeleeuws paleis gevonden in prehistorisch fort

Door: Folkert Westra

Archeologen van de universiteit van Southampton hebben in het prehistorische fort van Old Sarum de resten van een middeleeuws paleis en middeleeuwse stad gevonden. Dit gebeurde met behulp van een grondradar, waarmee de onderzoekers de bodem van het fort hebben onderzocht.

Tot nu toe zijn met het grondradar onderzoek verschillende huizen gevonden en daarnaast een groot mysterieus complex, dat volgens de onderzoekers waarschijnlijk een paleis is geweest. Het complex is 170 meter lang en 65 meter breed en is gelegen om een grote binnenplaats. De muur is op sommige plekken wel tot 3 meter dik. Binnen het complex bevindt zich onder andere een 60 meter lange ruimte, waarschijnlijk een grote hal; daarnaast nog een flinke toren en andere gebouwen die waarschijnlijk meerdere verdiepingen hebben gehad. De locatie, omvang en het ontwerp van het complex doen de onderzoekers vermoeden dat het gaat om een koninklijk paleis. De onderzoekers denken dat het paleis is gebouwd aan het begin van de 12e eeuw, onder het bewind van koning Hendrik I. Het is voor het eerst dat in Engeland een tot voor kort onbekend koninklijk paleis van dergelijke omvang is ontdekt.

Old Sarum
De middeleeuwse stad lag binnen de aarden omwalling van het IJzertijd ‘Hill fort’ van Old Sarum in Wiltshire. De stad is voornamelijk gesticht door Willem de Veroveraar, die er rond 1069 een motte liet bouwen. In 1086 vond hier een belangrijke politieke gebeurtenis plaats, toen Willem alle belangrijke edelen eer aan hem liet bewijzen. Naast de motte, die later uitgroeide tot een kasteel werd er binnen de omwalling ook een kathedraal gebouwd. Aan het begin van de 13e eeuw werd de stad grotendeels verlaten wegens het gebrek aan ruimte en een slechte water toevoer. De inwoners verhuisden naar een nieuwe locatie een paar kilometer naar het zuiden; Salisbury, ook wel New Sarum genoemd. De kathedraal is gesloopt en de materialen hergebruikt voor de bouw van een nieuwe kathedraal in Salisbury. Omdat er na het verlaten van Old Sarum nooit meer bewoning op deze locatie is geweest, was dit voor de onderzoekers een uitgelezen kans om meer te weten te komen over een Normandische stad. Hoewel het bestaan van de stad bij de onderzoekers wel bekend was, was tot op heden niet bekend hoe de bebouwing er uit heeft gezien. Het huidige geofysische onderzoek heeft daar nu zijn eerste licht op geworpen.

Bron: www.independent.co.uk