Alle berichten door archeonieuws

Uniek in Noordwest-Europa: grafveld van de trechterbekercultuur in Dalfsen

Door: Jacobine Melis

Trechterbeker. Bron: wikipedia
Trechterbeker.
Bron: wikipedia

Archeologen hebben in Dalfsen een enorm grafveld gevonden van de bouwers van de hunebedden: het trechterbekervolk dat zich in het noorden van Nederland, ten noorden van de Donau en Zuid-Scandinavië vestigde tussen 4350-2700 voor Christus. De vondst is uniek: het is het enige bekende trechterbekergrafveld in Nederland en het grootste van Noordwest-Europa. “Het is een vondst die je misschien eens in de 50 jaar aantreft en die onze kijk op deze periode blijvend zal veranderen,” zegt prof. dr. Daan Raemaekers van het Groninger Instituut voor Archeologie.

De vondsten zijn gedaan waar de nieuwe wijk Oosterdalfsen wordt gebouwd. Dit gebied bestaat uit een reeks zandruggen langs de Vecht. De zandruggen liggen hoger in het landschap en vormden daarom een aantrekkelijke vestigingsplaats voor het trechterbekervolk. Zo hebben ze minder last van hoog water en een betere verdedigbare positie.

Tijdens de opgraving zijn 120 vlakgraven gevonden. De grafkuilen zijn te herkennen als eivormige verkleuringen, waarbinnen soms nog een lijksilhouet, het vergane skelet van een mens, te herkennen valt. Enkele prehistorische mensen zijn begraven in een rechthoekige, houten kist. Om sommige graven werd een cirkel paalsporen gevonden, bewijs dat enkele graven zijn gemarkeerd met een hoge palenkrans. Zo’n apart graf is mogelijk een teken van een hogere status. Waar de elite in Drenthe waarschijnlijk in hunebedden werd begraven, ontbreken die grafmonumenten in Overijssel. Simpelweg omdat er geen grote stenen in de buurt lagen om ze mee te bouwen.

De meeste graven waren gevuld met bijgiften van trechterbekers (om de doden van voedsel te voorzien), stenen bijlen, barnstenen kralenkettingen en vuurstenen pijlpunten en messen. De aardewerken bekers kunnen aan de hand van de vorm en versiering gedateerd worden tussen 2900-2750 voor Christus, een relatief korte periode. Archeologen vermoeden daarom dat het grafveld tot een kleine gemeenschap behoorde.

Een tweede unieke vondst in Dalfsen is de plattegrond van een trechterbekerhuis. Het is de eerste zekere huisplattegrond van dit prehistorische volk. Het betreft een rechthoekige boerderij met een puntdak en vlechtwanden waar leem op gesmeerd werd.

Andere archeologische sporen behoren tot een 5000 jaar oude weg en een aarden monument. Hiervan is de functie nog onbekend, maar zeker is dat het in die tijd een opvallende structuur moet zijn geweest.
De gevonden artefacten zullen veel nieuwe inzichten geven over dit onbekende volk: over hun nederzetting, leefwijze, grafrituelen en dergelijke. De menselijke resten worden onderzocht om eventuele familiale relaties te achterhalen en hoe deze verband houden met de rijkdom van de graven.

Eeuwenlang vormden hunebedden de focus in het onderzoek naar de prehistorie in Nederland. De stenen grafkamers zouden zijn gebouwd door reuzen, beweerde ‘vader van de Drentse geschiedschrijver’ Johan Picardt in de zeventiende eeuw. De monumenten werden al in een vroeg stadium leeggegraven. De vondsten waaronder de karakteristieke trechterbekers, voorraadpotten met een wijd naar buiten lopende rand, belandden in musea.

Lange tijd waren de hunebedden het enige goed onderzochte kenmerk van de trechterbekercultuur. Ze geven een inkijkje in de prehistorische wereld, maar dit is wel een beperkte blik. Het trechterbekervolk begroef niet al zijn doden in de hunebedden, mogelijk alleen de elite. Anderen werden, soms in een kist, begraven in een vlakgraf of in een grafheuvel. Daarnaast moeten ze ook in de buurt van de hunebedden gewoond hebben.

Het prehistorische volk leek ongrijpbaar. Er zijn locaties bekend in Drenthe waar het vol ligt met trechterbekerscherven, maar opgravingen leiden tot weinig duidelijke sporen in de grond. Nederzettingen zijn onbekend. Waar de prehistorische mensen leefden? Archeologen wisten het niet. Tot nu.

Amateurarcheologen graven onderduikershol uit

Door: Jacobine Melis

Jan Benjamins toont de ingang van het onderduikershol. Foto: Jacobine Melis
Jan Benjamins toont de ingang van het onderduikershol. Foto: Jacobine Melis

Het bekende onderduikershol in het Evertsbos tussen Anloo en Eext wordt archeologisch onderzocht. Het hol was in de Tweede Wereldoorlog een schuilplaats voor mensen uit het verzet. In september 1944 is het hol ontdekt. Na er jaren veilig te hebben geleefd, waren de bewoners onvoorzichtig geworden: “Een Duitse officier rook gebraden vlees en verwittigde andere Duitsers,” zegt Albert Hovius voorzitter van de historische vereniging Anloo. Drie onderduikers zijn gefusilleerd.

Het hol ligt tegenwoordig in een open heidegebied, maar ten tijde van de Tweede Wereldoorlog was het dichtbebost. Het hol lag goed verborgen. Dit was nodig om niet ontdekt te worden door de Duitsers, maar ook vanwege de vele NSB’ers die Drenthe kende. Jan Benjamins, een van de begeleiders van de opgraving, vermoedt dat de makers een gat hebben gegraven en het uitgegraven zand langs de randen hebben gestort. Zo kreeg het hol opstaande wanden. “Op het zand heeft waarschijnlijk een dak gelegen, maar het is ons nog niet duidelijk waarvan ze dat gemaakt hebben. We hebben geen asbest gevonden, terwijl dat wel een makkelijke, snelle manier was om een dak te maken,” zegt Benjamins.
In 1943 is er een filmpje gemaakt van het hol. We zien er vooral de onderduikers op en de omgeving van het hol, maar het geeft ook enige aanwijzingen van het hol zelf. Zo zat er een deur in met een raampje of een gat zodat er licht naar binnen kon schijnen.

Glazen voorwerp in de profielwand van het onderduikershol. Foto: Jacobine Melis
Glazen voorwerp in de profielwand van het onderduikershol. Foto: Jacobine Melis

In september 1944 werd het hol ontdekt. Er zaten op dat moment acht mensen in. Drie van hen, Jakob Bruggema (35), Harm Molenkamp (23) en Gerard Oosting (27), zijn direct opgepakt, naar Westerbork gestuurd en gefusilleerd. De andere vijf konden ontsnappen. Het hol is vervolgens door de Duitsers gesloopt. Ze hebben er handgranaten ingegooid. “We hebben bij de opgraving fragmenten van handgranaten gevonden. Onderzoek moet uitwijzen of het om Duitse exemplaren gaat,” zegt Benjamins.

Op 8 april 1945, twee dagen voor de bevrijding, werden tien mensen vanuit het beruchte Scholtenhuis in Groningen, het regionaal hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst, naar het hol gebracht. Ze werden geëxecuteerd en hun lichamen zijn in het hol gelegd en deels overdekt met zand en takken. “Ze waren erg toegetakeld en moeten flink mishandeld zijn,” legt Hovius uit. Op de herdenkingssteen, op zo’n 20 meter afstand van het hol, staan de namen van deze tien geëxecuteerden.

De opgraving wordt uitgevoerd door vrijwilligers van de historische vereniging Anloo. “De eerst helft is opgegraven, maar we hebben zo veel gevonden dat we gestopt zijn. We moeten nu eerst afwachten of we meer financiering krijgen, dan kunnen we eventueel verder opgraven,” zegt Benjamins.

Voor Wijnand van der Sanden, provinciaal archeoloog van Drenthe, hoefde de opgraving niet zo nodig. Archeologen proberen zo min mogelijk op te graven. Liever behouden ze de archeologische sporen in de grond. Opgravingen worden alleen uitgevoerd als daar een noodzaak voor is: wanneer de sporen bijvoorbeeld verloren zouden gaan. Hierover zegt Hovius: “Dat we nu onderzoek doen naar de resten van MH17 wordt noodzakelijk gezien, om de slachtoffers te herinneren. Dit is ook de reden dat het onderzoek van het onderduikershol noodzakelijk is. Zo kunnen we de onderduikers herdenken.”

Het herdenkingsmonument vlak bij het hol. Foto: Jacbine Melis
Het herdenkingsmonument vlak bij het hol. Foto: Jacbine Melis

Het hol is na verloop van jaren steeds verder dicht gestoven. Er was nog een lichte kuil in het landschap zichtbaar, maar het was niet herkenbaar als hol. De historische vereniging wil het hol weer zichtbaar maken. Een pad zal van het hoofdpad leiden naar het hol. Er worden dertien jeneverbessen geplaatst, tien voor de bij het hol geëxecuteerden en drie voor de gefusilleerde bewoners van het hol. Vier palen in de grond gezet, elk op een hoek van het hol. Het informatiebord aanpassen en op de gedenksteen de drie opgepakte onderduikers toevoegen.

Soldaten van de landmacht zullen tijdens de Landmachtdagen, op 12 en 13 mei, meehelpen om het hol zichtbaarder te maken. De Landmachtdagen staan in het teken van “contact met de samenleving,” schrijft Defensie. Soldaten trekken het land in om de mensen kennis te laten maken met de landmacht.

Voorjaarsstorm legt vuilstort Friesche veen bloot

Door: Folkert Westra

Tussen de wortels van een omgewaaide boom is  oud huisvuil terug te vinden. Foto: D. Witteveen
Tussen de wortels van een omgewaaide boom is oud huisvuil terug te vinden. Foto: D. Witteveen

De voorjaarsstormen van de afgelopen weken hebben in natuurgebied het Friesche veen, tussen Haren en Paterswolde sporen uit het verleden naar boven gebracht. Enkele bomen hebben de krachtige wind niet overleeft en zijn omgegaan. Tussen de boomwortels bleek ook een deel van een oude vuilstort naar boven te zijn gekomen. Tussen ongeveer 1900 en 1930 werd de oostzijde van het Friesche veen door de stad Groningen gebruikt als vuilstort. Het vuil werd met schepen van de stad naar het Friesche veen verscheept en daar aangebracht om de dijk te verstevigen.

Foto: D. Witteveen
Foto: D. Witteveen

Na 1930 werd ingezien hoe uniek het gebied is en heeft men besloten het gebied te beschermen. In het verleden is het overigens al vaker gebeurd dat omgewaaide bomen een deel van de oude vuilstort blootlegden. Voor wie binnenkort gaat wandelen bij het Friesche veen is een stukje geschiedenis van de stad Groningen uit begin 20ste eeuw te bezichtigen.

Islamitische Staat vernietigt millennia oude beelden

Muren van Ninive. Bron: Wikipedia
Muren van Ninive.
Bron: Wikipedia

Jihadisten van IS trekken oude beelden van hun sokkel, slaan ze met hamers in stukken en bewerken ze met steenboren. Dit is te zien in een filmpje dat donderdag door IS-volgers op internet is geplaatst. De film is gemaakt in Mosul. De stad is sinds juni 2014 in handen van de extremisten.

Professor Eleanor Robson, University College London, twijfelt niet aan de authenticiteit van het filmpje. Ze is enkele jaren geleden in het museum in Mosul geweest en herkent de beelden. “Enkele beelden zijn 2900-2700 jaar oud. Ze komen uit Mosul.” Binnen Mosul liggen de ruïnes van Ninive: de hoofdstad van Assyrië. Voor zo’n 50 jaar was Ninive de grootste stad van de wereld. Het Assyrische rijk bestond van 2000 tot 600 voor Christus. Het rijk lag midden in de Vruchtbare Halvemaan tussen de Eufraat en de Tigris en omvatte onder andere Irak, Syrië en Jordanië. Rond 8500 voor Christus is hier de techniek om granen te verbouwen ontstaan en verspreid naar omliggende gebieden. Door deze kennis heeft de mens zich kunnen ontwikkelen van jager-verzamelaars naar boeren. Als boer hoefden de mensen niet meer rond te trekken op zoek naar eten. Ze konden zich vestigen op vaste plaatsen. De Vruchtbare Halvemaan kan dus gezien worden als bakermat van de beschaving

Fragmenten uit de film zijn buiten het museum gemaakt. “We zien beelden van gevleugelde stieren (Nergal). Die vinden we vooral in westerse musea maar in het bezette gebied staan er nog enkele op hun oorspronkelijke plaats.” zegt Robson. Er worden met hamers stukken van de Nergal-beelden afgeslagen. De hoofden worden met een drilboor weggevaagd. “Ik herken ook beelden van 2200-1700 jaar geleden uit de stad Hatra. Die stad is te vergelijken met het Jordaanse Petra en Syrische Palmyra.”

De film doet denken aan de Beeldenstorm uit 1566. Een boze menigte vernielde in de Nederlanden katholieke beelden, boeken, schilderijen en dergelijke. De protestanten vernietigden met name de gezichten van de beelden want volgens de Tien geboden mogen er geen beeltenissen van God worden gemaakt. De jihadisten vernietigden de beelden met een vergelijkbaar motief. Een man in de film zegt dat er geen andere goden aanbeden mogen worden dan Allah: “De artefacten zijn afgodsbeelden, die eeuwen geleden werden aanbeden in plaats van Allah.” Robson betwijfeld of dit de enige reden is: “De extremisten willen choqueren. Daarnaast richten ze zich nu op het volk zelf. De bewoners zijn erg trots op hun geschiedenis en hun identiteit.”

Onbevestigde bronnen schrijven over vernieling van de bibliotheek in Mosul. In de bibliotheek liggen zeldzame boeken die op de UNESCO-lijst voor beschermde boeken staan. Geruchten gaan op internet dat er honderdduizenden boeken uit de bibliotheek zijn verbrand. Anderen zeggen Syrische vrachtwagens gezien te hebben met ladingen boeken.

Het filmpje is op YouTube te zien.

Nieuwe methode ontwikkeld voor het documenteren van wrakken

Door: Folkert Westra

De steven van de SS Gustaf Wasa.Één van de vele scheepswrakken in de Oostzee. Foto: Richardkingfelt, via Wikimedia Commons
De steven van de SS Gustaf Wasa. Één van de vele scheepswrakken in de Oostzee. Foto: Richardkingfelt, via Wikimedia Commons

Poolse onderzoekers van het Nationaal Maritiem Museum in Gdańsk hebben een nieuwe methode ontwikkeld om scheepswrakken onder water beter in kaart te kunnen brengen. Door de nieuwe methode hoeft het wrak niet meer te worden verstoord en wordt ook gelijk de omgeving van het wrak in kaart gebracht, allemaal in 3D.

Bij de methode dalen duikers met fotocamera’s af naar het wrak en maken een zeer groot aantal foto’s van alle elementen van het wrak en de directe omgeving, vanuit verschillende hoeken. Met behulp van gespecialiseerde software kunnen deze foto’s worden verwerkt tot een zeer accuraat 3D-model van het wrak. De nieuwe methode is een alternatief voor het traditionele onder water tekenen en documenteren, wat veel tijdrovender en meestal minder accuraat is.

Inmiddels is de methode op drie wrakken die zich in de golf van Gdańsk bevinden getest. Van één wrak, dat van een schip genaamd Glazik en stenen vervoerde, is een 3D-model gemaakt op basis van meer dan 6000 foto’s. Volgens de onderzoekers is de kwaliteit van de modellen al in korte tijd sterk verbeterd en kunnen zelfs met slecht zicht onder water goede foto’s worden genomen, zonder dat dit tot kwaliteitsverlies leidt.

Met deze methode wordt niet alleen tijd en geld bespaard, doordat de methode het wrak niet verstoord, kan hij gebruikt worden voor het onder water behoud van de wrakken, en kunnen veranderingen snel worden opgemerkt. Daarnaast kunnen de 3D modellen worden gebruikt voor tentoonstellingen of educatieve doeleinden.

Bron: www.naukawposce.pap.pl

IJzertijdskelet bij Bonnerklap

Door: Folkert Westra

Detail van het stroomgebied van de Hunze op een kaart van Cornelis Pijnacker uit 1634. Bron: Wikimedia Commons
Detail van het stroomgebied van de Hunze op een kaart van Cornelis Pijnacker uit 1634. Bron: Wikimedia Commons

Enkele maanden geleden berichtten we over de vondst van een keersluis bij Bonnerklap. De vondst werd gedaan in het kader van herstelwerkzaamheden aan de oude loop van de Hunze. Terloops meldden we toen dat niet ver van de keersluis ook een menselijk skelet was aangetroffen. Op dat moment werd er geschat dat het skelet enkele honderden jaren oud was, maar dat moet nu toch worden bijgesteld. Het waterschap Hunze en Aa’s heeft bekend gemaakt dat onderzoek heeft uitgewezen dat het skelet uit de IJzertijd afkomstig is en 2500 tot 2800 jaar oud is.

Begin oktober stuitten de aannemer en archeologen van ingenieursbureau MUG bij het uitgraven van de oude beekloop op het skelet. Het skelet bleek nog zeer compleet te zijn en bevatte ook nog grote delen van de schedel. Het eerste onderzoek wees toen al uit dat het om het skelet van een volwassen man zou gaan. De schedel is nu gedateerd met behulp van de C14-methode en heeft uitgewezen dat hij veel ouder is dan eerder was geschat.
Omdat de vondst archeologisch zo interessant is, krijgt het onderzoek een vervolg. Er zal geprobeerd worden te achterhalen hoe het skelet in de IJzertijd op deze plek terecht is gekomen.

Bron: www.hunzeenaas.nl

Cypriotisch amulet met palindroom

De Agora van Nea Paphos, vindplaats van het amulet. Bron: Wikipedia.
De Agora van Nea Paphos, vindplaats van het amulet. Bron: Wikipedia.

Door: Jacobine Melis

Op Cyprus is een bijzonder tweezijdig amulet gevonden van ongeveer 1500 jaar oud. Aan de ene zijde vormen 559 Griekse letters een palindroom. Aan de andere zijde zijn Egyptische godenfiguren afgebeeld. Het amulet is gedateerd in de tijd dat Cyprus tot het Byzantijnse rijk hoorde. Het toont aan dat op Cyprus niet alleen het Christelijke geloof werd beoefend maar dat daarnaast ook andere geloven konden bestaan.

Afbeeldingen van het amulet vind je hier.

Palindroom
Een palindroom is een zin of woord die van links naar rechts, maar ook van rechts naar links gelezen kan worden. Bekende Nederlandse voorbeelden zijn lepel en parterretrap. De palindroom op het amulet is vertaald: “Jahweh is de drager van de geheime naam, de leeuw van Ra veilig in zijn tombe.” Jahweh is een andere naam voor god en Ra was de belangrijkste god in de Egyptische wereld, de zonne- of scheppersgod. In de antieke wereld zijn meerdere voorbeelden bekend van vergelijkbare spreuken.

Harpocrates op een lelie. Ook hier maakt hij het gebaar van zijn vinger naar de mond. Bron: Wikipedia
Harpocrates op een lelie. Ook hier maakt hij het gebaar van zijn vinger naar de mond. Bron: Wikipedia

Egyptische figuren
Er staan drie figuren afgebeeld op het amulet. Een gemummificeerd persoon gelegen op een boot (midden op het amulet) is mogelijk een weergave van de Egyptische god Osiris, de god van de onderwereld. Boven Osiris is Harpocrates afgebeeld, zittend op een stoel met zijn hand naar zijn mond. Harpocrates wordt doorgaans afgebeeld met een vinger voor zijn mond. Sinds de Romeinse tijd wordt hij vanwege dit gebaar gezien als de god van de stilte, maar het gebaar was oorspronkelijk een weergave van hem als kind . Aan de rechterzijde van Harpocrates is een Cynocephalus afgebeeld, een wezen met een hondenkop.
Egyptische goden worden altijd op dezelfde manier afgebeeld. Zo zijn ze goed te herkennen. De maker van het amulet heeft de goden op iets andere wijze vormgegeven. Zo zit Harpocrates op een stoel terwijl hij op een lotus hoort te zitten en maakt Cynocephalus hetzelfde gebaar als Harpocrates wat erg ongebruikelijk is. Mogelijk dat de maker niet genoeg op de hoogte was van de normale manier van afbeelden om het juist te doen.

Vindplaats
Het amulet is in Nea Paphos gevonden, een kustplaats in het zuidwesten van Cyprus. Deze plaats is zeer rijk aan archeologie, de gehele stad staat op de UNESCO werelderfgoedlijst. De archeologen waren de Agora van de stad aan het onderzoeken, daar troffen zij het amulet aan. Een Agora was de marktplaats en verzamelplaats binnen een grote nederzetting. Hier kwam het sociale en economische leven van een stad samen.

Bron: www.livescience.com

West-Friezen vissen millennialang

Nederlands landschap in de Bronstijd. Op de kaart is te zien dat op de plek van het IJsselmeer vele zoetwatermeren lagen. Bron: Wikipedia.
Nederlands landschap in de Bronstijd. Op de kaart is te zien dat op de plek van het IJsselmeer vele zoetwatermeren lagen. Bron: Wikipedia.

Door: Jacobine Melis

West-Friezen joegen in de Bronstijd al op vissen. De vissers wisten waar en wanneer ze moesten vissen. Ze waren op de hoogte van de verschillende periodes dat vissen van en naar de zee zwommen. En maakten daar gretig gebruik van. Ze visten op verschillende manier: met behulp van visfuiken en -weren, netten, etc. Per locatie verschilden de vistechnieken en de soorten vis die werden gevangen.

Visserij
Vanaf 700 na Chr. stonden de steden aan de Zuiderzee, Enkhuizen en Medemblik, in verbinding met handelsroutes van de Rijn naar de Noord- en Oostzee. Er werd veel vis gevangen en verhandeld. Het was een belangrijke voedselbron. De visserij in het gebied gaat terug tot in de Bronstijd. Er was nog geen sprake van een IJsselmeer of Zuiderzee. Het landschap bestond uit grote zoetwatermeren, waarvan de meeste niet in verbinding stonden met de Noordzee. De vissen die men at bestonden vooral uit zoetwatervissen.
De vis werd gegeten door de vangers zelf. Ze werden nog niet verhandeld. Snijsporen op de botresten tonen dat de vis gefileerd werd. Daarnaast zijn er verbrande stukken bot aangetroffen. Dit bewijst dat de vissen voordat zij van hun botten ontdaan werden, gebakken zijn.

Farmers of the coast project
De Universiteit leiden onderzoek de Bronstijd van West-Friesland in het Farmers of the coast project. Het gebied West-Friesland, ligt vol met sporen uit de Bronstijd. Dit maakt West-Friesland een goede plek om onderzoek te doen naar de Bronstijd. Deze tijd is hier meer aanwezig dan op andere plekken in Nederland of misschien zelfs in Europa. Waarom deze sporen juist in West-Friesland te vinden zijn, heeft verscheidene redenen: de West-Friese grond is goede grond; vanwege de vochtige omstandigheden zijn de resten ook goed bewaard gebleven en mogelijk dat de onderzoeken meer verklaring hiervoor kan geven. Daarnaast zijn er al veel grote opgravingen geweest dus er zijn al veel sporen opgegraven. De resten van de opgravingen zijn nog niet geheel onderzocht en kunnen ons veel vertellen over de Bronstijd. Wel is duidelijk dat de Bronstijd in West-Friesland bijzonder te noemen is, het landschap is toen al geheel in cultuur gebracht.

Bron: www.bronstijdwestfriesland.nl 

Schatzoeker vindt grootste muntschat van Engeland

Door: Folkert Westra

Een Engelse schatzoeker heeft eind december in Buckinghamshire wellicht de grootste Engelse muntschat ooit gevonden. Paul Coleman was samen met andere leden van de Weekend Wanderers Detecting Club op 21 december een veld aan het afzoeken nabij Aylesbury. Daarbij stuitte hij op een loden emmer die meer dan 5000 munten bevatte.

Coleman vond eerst wat fragmenten lood en haalde het bovenste stuk weg en trof een dikke laag munten aan. Omdat hij het belang van de vondst gelijk inzag is hij er verder vanaf gebleven en zijn er experts bijgeroepen. Een woordvoerder van de detectorclub stelde dat dit voor alle aanwezigen de meest bijzondere dag uit hun leven was en zonder twijfel de beste vondst ooit in de geschiedenis van de Weekend Wanderers Detecting Club. De muntschat bleek uiteindelijk te bestaan uit 5221 munten met afbeeldingen van koningen Ethelred de Onberadene en Knoet de Grote en stammen daarmee uit de periode 978 -1035. De muntschat is inmiddels overgebracht naar het British Museum, waar hij onderzocht zal worden. Als de vondst wordt aangemerkt als ‘schat’ volgens de Britse Treasure Act, kan het museum deze kopen. De opbrengst van de muntschat zal dan worden gedeeld tussen de vinder en de eigenaar van het land waarop de schat is gevonden.

Vers van de pers
De munten zagen er zo schoon en ongesleten uit, dat ze waarschijnlijk niet of nauwelijks in circulatie zijn geweest. De Oude Munt van Buckingham was minder dan een dag lopen vanaf de vindplaats van de munten. Een mogelijke link met de Munt van Buckingham zal dan ook zeker worden onderzocht. Mogelijk is de muntschat begraven om te voorkomen dat deze in handen van de Vikingen zou vallen.

Bron: www.bbc.co.uk

Bijzondere middeleeuwse muurschilderingen in kerk België

Door: Jacobine Melis

Tijdens uitgebreid onderzoek in de Sint-Stefanuskerk te Oppem, ten noorden van Brussel, zijn vele laatmiddeleeuwse muurschilderingen aangetroffen. Geschat wordt dat de kerk 30 vierkante meter aan schilderingen bevat. De schilderingen van heilige figuren met bijbehorende attributen zijn zeer goed bewaard gebleven en hierdoor erg zeldzaam.

Onderzoek
Al enige jaren is men bezig met de restauratie van de Kerk in Oppem. De werkzaamheden werden voorgegaan door een bouwhistorische onderzoek in 2008. Hieruit bleek nog onder de stenen toren een 14e-eeuwse houten kerktoren aanwezig te zijn, daarnaast werd er melding gemaakt van laatmiddeleeuws pleisterwerk waarop schilderingen aangetroffen kon worden.

Schilderingen
In 2012 en 2013 zijn er enkele belangrijke fragmenten van muurschildering gevonden in het noorderschip en hoogkoor. De schilderingen betroffen die van heiligen en ter hoogte van het doksaal (de wand die het schip van het koor scheidt) een heilige Christoffel. Ze zijn als fresco-secco aangebracht op het pleisterwerk, waarbij natte verf op het vochtige pleisterwerk wordt geschilderd. Dergelijke schilderingen zijn kwetsbaar en blijven niet lang bewaard omdat het pleisterwerk waar de schilderingen op zijn aangebracht, af kan brokkelen.
De schildering op de foto beeld mogelijk de Heilige Hubertus uit, die op Goede Vrijdag 683 op jacht ging en met zijn honden achter een hert aanging. Toen de man het hert bijna te pakken had, draaide het hert om en zag hij een kruis oplichten tussen het gewei.

Bron: www.onroerenderfgoed.be