Categorie archief: Buitenlandse archeologie

Bijzonder gave, Britse loopgraaf

Door: Jacobine Melis

Tijdens rioleringswerkzaamheden in Wieltje (nabij Ieper) zijn de resten van een bijzonder gave, Britse loopgraaf aangetroffen. De constructie van de loopgraaf bestaat uit een omgedraaid A-frame, aan de buitenzijde beslagen met golfplaten. Op de bodem lagen loopplanken, soms meerdere op elkaar, wat de suggestie wekt dat de grond op die plekken erg nat was. De bovenzijde van de loopgraaf was afgewerkt met zandzakken.

Tijdens de opgraving zijn enkele bijzondere ontdekkingen gedaan. Zo werd er in de loopgraaf een trap aangetroffen die naar een deep dugout leidde, een soort ondergrondse schuilkelder of rustplaats waar officiers maar ook troepen zich konden terugtrekken. Daarnaast zijn er ook vele voorwerpen gevonden die kenmerkend zijn voor het leven in de loopgraven: geweren, stukken uitrusting, medicijnen (ampul met jodium, zie afb.), conservenblikken, e.d.

Bron: www.onroerenderfgoed.be

Skelet opgegraven in tombe Amphipolis

Door: Folkert Westra

Archeologen hebben in de tombe in Amphipolis een skelet aangetroffen. Dat maakte het Griekse Ministerie van Cultuur vorige week bekend. De tombe stamt uit de tijd van Alexander de Grote en zou toebehoren aan een belangrijk figuur die dicht bij Alexander stond. Eerder berichten we al over de bijzondere vondsten die zijn gedaan in de tombe. Toen werd er nog vanuit gegaan dat het graf van een belangrijke vrouw was  ̶  wellicht de moeder of vrouw van Alexander. Hoofd-archeoloog Katerina Peristeri gaat er nu van uit dat de aangetroffen resten afkomstig zijn van een man; wellicht een belangrijke generaal van Alexander.

De menselijke resten werden gevonden in een kalkstenen graf dat zich 1,6 meter onder de vloer van de derde kamer van de tombe bevond. Het graf was 3,23 meter lang, 1,56 meter breed en 1,8 meter hoog. In het kalkstenen graf troffen de archeologen de resten van een houten grafkist, ijzeren en koperen spijkers, been- en glasfragmenten aan – waarschijnlijk decoratie van de grafkist. Omdat delen van het skelet buiten het graf zijn aangetroffen wordt er sterk rekening mee gehouden dat het graf in het verleden is geroofd. Het is overigens opmerkelijk dat hier een compleet lichaam is begraven. Het was in de tijd van Alexander de Grote gebruikelijker om het lichaam eerst te cremeren en de resten daarna bij te zetten in een graf.

De opgravingswerkzaamheden aan de tombe zijn inmiddels afgerond, maar het zal nog vele maanden duren voordat de onderzoekers klaar zijn met het analyseren van de vondsten.

Bronnen:
bbc.co.uk
News.discovery.com

Belgische onderzoekers ontrafelen mysterieus middeleeuws grafritueel

Door: Folkert Westra

Het is Belgische onderzoekers van de KU Leuven en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen gelukt de functie van een bepaald type middeleeuws grafvaasje te achterhalen. Jarenlang was onduidelijk waarvoor de vaasjes dienden, terwijl zij op heel veel plekken in Europa werden aangetroffen; van Denemarken tot het Middellandse Zeegebied. Nu is duidelijk dat de vaasjes zijn gebruikt als wierookbrander.

Op verschillende plekken in Wallonië troffen archeologen bij opgravingen grafvaasjes aan die resten van houtskool bevatten. Zij werden zowel in mannen- als vrouwengraven gevonden en dateren uit de 12e-14e eeuw. De onderzoekers hebben de inhoud van verschillende vaasjes aan chemische analyse onderworpen en stelden vast dat ze veel stoffen bevatten die specifiek zijn voor wierook. De houtskool was afkomstig van lokaal hout en is waarschijnlijk uit huiselijke haarden hergebruikt. De wierook zou volgens de onderzoekers uit Indië of Zuid-Arabië zijn meegebracht.
Vanaf de 11e eeuw werden door kruisvaarders veel luxe goederen uit het Heilige Land meegebracht zoals geurige harsen, kruiden en parfums. Wierook was één van de kostbaarste handelsgoederen, vaak zelfs kostbaarder dan goud. De onderzoekers ontdekten dat de wierookhars in de vaasjes soms werd vermengt met goedkopere geurstoffen als dennenhars en jeneverbessen. Aan de ene kant is dit opmerkelijk omdat in die tijd materiële en spirituele reinheid grote idealen waren. Wierook was daarentegen zo duur dat het wel verklaarbaar is dat er lokale producten aan werden toegevoegd om de prijs te drukken. Officieel werd het gebruik van andere harsen en wierookmengsels door de paus pas in de late 16e eeuw toegelaten, maar het onderzoek concludeert dat dit al veel eerder gedaan werd.

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE en zijn hier te lezen.

Bron: Archeonet.be

Kleinere vissen door selectie voorouders

Door: Folkert Westra

Jagers-verzamelaars in de Steentijd hoefden niet op te scheppen over de grootte van de gevangen vissen. Volgens Spaans onderzoek vingen zij 20.000 jaar geleden significant grotere vissen dan er nu gevangen worden. Tot die conclusie kwamen onderzoekers van de Universiteit van Oviedo. Zij vergeleken voor het onderzoek visresten uit prehistorische maaltijden, aangetroffen in grotten in Noord-Spanje, met vissen die tegenwoordig in de lokale rivieren voorkomen.
De zalm en forel in deze regio bleken in de afgelopen 20.000 jaar flink kleiner te zijn geworden, van een gemiddelde van 2,2 naar 0,4 kilo. De onderzoekers concluderen dat het visgedrag van onze voorouders een reden is dat de vissen van tegenwoordig kleiner zijn. De vissers uit de Steentijd zouden alleen de grotere vissen hebben gevangen, omdat deze een betere voedingswaarde hadden. Kleinere vissen werden volgens de onderzoekers alleen gevangen als er niets anders was. Op de langere termijn zorgde de voorkeur voor grotere vissen voor een kleinere vis, omdat er meer kleinere vissen overbleven om zich voort te planten.

Visserslatijn
Voor het onderzoek werden de wervels van zalmen en forellen die zijn aangetroffen op tien prehistorische vindplaatsen in de Spaanse provincie Asturië vergeleken met die van moderne soortgenoten uit de nabije omgeving. Uit de vergelijking kwam naar voren dat de prehistorische vissen zo’n 16 tot 26 cm langer waren dan hun moderne soortgenoten. Een prehistorische visser ving een vis die gemiddeld tussen de 1,3 en 2,2 kilo woog, terwijl moderne hengelaars in de zelfde omgeving een vis van gemiddeld 0,4 kilo aan de haak slaat.

Menselijke invloed
Naast menselijke invloeden worden andere omstandigheden, zoals bijvoorbeeld klimaatverandering, als factoren in het kleiner worden van de vissen gezien. Echter, gezien het feit dat mensen zich al lange tijd in de regio bevonden en vis voor hen als een belangrijke proteïnebron wordt gezien, is het niet verwonderlijk dat zij een grote invloed hebben gehad op het krimpen van de vissoorten.

Bron: http://voices.nationalgeographic.com/

Grieks eiland wordt openluchtmuseum

Door: Folkert Westra

Het griekse eilandje Despotiko wordt een openluchtmuseum. Op het eiland zijn de afgelopen 17 jaar archeologische opgravingen verricht. Het Ministerie van Cultuur heeft nu concrete plannen om het onbewoonde Cycladen eilandje tot een museumeiland te maken, waar bezoekers zowel van de mooie natuur als archeologische vondsten kunnen genieten.

Het belangrijkste archeologische monument is de oude tempel van Apollo, die gebouwd is van marmer afkomstig van het nabijgelegen eiland Paros. De tempel had een façade met zeven pilaren van 3,8 meter hoog. Naast de tempel waren bijgebouwen voor de priesters en de gelovigen. Gegraveerde schelpen tonen aan dat de oude bewoners van het eiland naast Apollo ook Artemis en Hestia (de godin van het haardvuur) aanbaden.
Verdere archeologische sporen tonen aan dat het eiland in het verleden is aangevallen door de marine van Miltiadis en is platgebrand door piraten.

De tempel is gebouwd door de bewoners van het naastgelegen Paros. Zij maakten daarmee een statement ten opzichte van het naburige Naxos, in hun onderlinge rivaliteit om de politieke en economische macht in dat deel van de Egeïsche zee.
Het concept is in Griekenland niet helemaal uniek, het eiland Delos fungeert ook al als openluchtmuseum.

Bron: Greekreporter.com

Tempel ontdekt bij illegale opgraving

Door: Jacobine Melis

Zeven mannen zijn opgepakt na het uitvoeren van illegale opgravingen onder hun huis in Gizeh. Zij hebben restanten gevonden van een Egyptische tempel uit de tijd van farao Thoetmosis III (1479-1425 v. Chr.).Waaronder twee grote kalkstenen blokken met hiërogliefen, 7 reliëfs, 2 marmeren kolommen en een groot roodgranieten, armloze kolossus van een zittend figuur.
Het gebied is op dit moment aangewezen als archeologische site en staat onder controle van het Ministerie van Oudheden. Binnenkort zal er uitvoerig onderzoek worden verricht op de zojuist aangetroffen tempel.

Thoetmosis III was de zesde farao in de 18e Dynastie van het Nieuwe Rijk in de Egyptische Oudheid. Toen zijn vader Thoetmosis II overleed was zijn zoon nog minderjarig. Zijn stiefmoeder, Hatsjepsoet, nam de rol op als co-regent. Ook toen Thoetmosis III volwassen was, bleef zijn stiefmoeder aan de macht tot aan haar dood in 1458 v. Chr. Daarna regeerde hij nog 32 jaar.

Bron: Ahram Online

Bijzonder mozaïek aangetroffen in Macedonische tombe

Door: Folkert Westra

Al sinds het begin van de opgraving in augustus houdt de tombe van Amphipolis Griekenland in zijn greep, een welkome afleiding van de financiële crisis. Vrijwel iedere week geeft de tombe meer en meer van zijn geheimen prijs.

De opgraving
Begin augustus werd de ingang van het grote tumulusgraf blootgelegd. De bovenzijde hiervan was prachtig versierd met twee marmeren sfinxfiguren. De belangrijkste vondsten in de eerste kamer waren twee metershoge Kariatiden, pilaren in de vorm van vrouwfiguren. Deze stonden aan weerszijden van de ingang naar de volgende ruimte.

De tot op heden meest opzienbarende vondst werd in de tweede kamer gedaan. Vorige week maakten de onderzoekers bekend dat over de gehele vloer van deze ruimte een prachtig gekleurd mozaïek is blootgelegd. Het totale mozaïek is zo’n 3×4,5 meter en is op een gat in het midden na in een verrassend goede staat. De afgebeelde scene van het mozaïek is ondanks de beschadiging nog prima zichtbaar. Afgebeeld is een strijdwagen met een man en een vrouw voortgetrokken door twee witte paarden. De paarden worden geleid door een man, die door zijn gevleugelde schoenen kan worden geïdentificeerd als Hermes, de boodschapper van de goden. De andere figuren zijn volgens de onderzoekers Hades en Persephone en de scene beeldt de ontvoering van Persephone uit. Persephone was de dochter van Zeus en Demeter, de godin van de landbouw. Hades werd verliefd op Persephone en besloot haar te ontvoeren, zodat zij zijn koningin van de onderwereld zou worden. Hermes is traditioneel de figuur die de doden vergezeld in hun reis naar de onderwereld.

De overledene
De scene op het mozaïek zou volgens de onderzoekers wel eens kunnen helpen bij de identificatie van de overledene die in de tombe is begraven. Zij hadden al vastgesteld dat de tombe een Macedonische stijl heeft. Verder hebben de archeologen de tombe gedateerd in het laatste kwart van de 4e eeuw v. Chr., precies in de roerige periode die volgde na de dood van Alexander de Grote. De omvang van de tombe doet volgens de onderzoekers ook vermoeden dat de persoon in kwestie een belangrijk figuur was en wellicht dicht bij Alexander de Grote stond.
Hoewel verder onderzoek moet uitwijzen wie er in het graf ligt, zijn er onderzoekers die vermoeden dat hier een vrouw ligt begraven. Een eerste aanwijzing hiervoor zou uit het mozaïek te halen zijn, omdat hierop een vrouw naar de onderwereld wordt geleid. Een tweede aanwijzing die doet vermoeden dat het gaat om een familielid van Alexander, is dat er in één van de Koninklijke tombes in Vergina een vergelijkbare afbeelding van de ontvoering van Persephone is aangetroffen.
Het zou volgens sommigen kunnen gaan om Roxanne, de vrouw van Alexander; of Olympias, de moeder van Alexander. Beiden werden na de dood van Alexander vermoord, Roxanne werd in 310 v. Chr. samen met haar zoontje in Amphipolis ter dood gebracht, dus het zou goed mogelijk zijn dat zij hier begraven ligt.
Er zouden echter andere aanwijzingen zijn die doen vermoeden dat het Olympias is, die is begraven in de tombe. Het zou Alexander zijn intentie zijn geweest om van zijn moeder een godin te maken, net als de afgebeelde Persephone. Na de dood van Alexander bleef Olympias in Griekenland nog enige tijd veel invloed houden. En hoewel ze uiteindelijk is vermoord, is het goed mogelijk dat haar politieke tegenstanders haar wel hebben willen eren met een dergelijke tombe.

Op dit moment is het nog gissen naar de identiteit van degene die in de tombe begraven is. Maar dit is slechts een kwestie van tijd en verder opgraven voor we weten wie er daadwerkelijk in de tombe is bijgezet.

Bron: www.world-archaeology.com, news.nationalgeographic.com

Terug naar bijzonder schip Antikythera

Door: Jacobine Melis

Na meer dan een eeuw hebben er opnieuw opgravingen plaatsgevonden in het schip van Antikythera. Bij onderzoeken in 1900 werd een zeer rijke lading aangetroffen waaronder de eerste zogenoemde analoge computer: het mechanisme van Antikythera. De opgravingen moesten destijds gestaakt worden vanwege de diepte van het schip en het gevaar dat dit met zich meebracht. Maar met nieuwe duiktechnologieën zijn duikers nu teruggekeerd om het schip verder te onderzoeken. Er zijn opnieuw mooie vondsten aangetroffen.

Opgravingen
In 1900 werd het wrak bij toeval ontdekt toen sponsduikers vanwege een storm uit koers kwamen. Op een diepte van ca. 55 m en vlakbij de kust van het eiland Antikythera (Griekenland) trof men het wrak van een Grieks schip aan. Na de ontdekking keerden duikers verschillende malen terug naar het schip en haalden bijzondere en rijke voorwerpen boven water. Helaas bleek de diepte waarop het schip lag te groot en daardoor te gevaarlijk: één duiker overleed en twee anderen raakten verlamd. Men besloot de onderzoeken te staken.
Nu is er een nieuw team duikers en archeologen teruggekeerd naar het schip. Het schip ligt te diep om met normale duikuitrusting te onderzoeken. Er moet daarom gebruik gemaakt worden van rebreathers, duikapparaten die een gedeelte van de uitgeademde lucht opnieuw gebruikt. Hierdoor heeft de duiker veel langer, tussen de drie en zes uur, aan duiktijd.
Het eerste opgravingsseizoen is juist afgerond (15 september-7 oktober 2014). Tijdens dit onderzoek is er een hoge resolutie, 3D kaart gemaakt van het schip en de locatie. De lading van het schip is onderzocht en laat zien dat deze zeer goed gepreserveerd is. Verrast waren de duikers om de grootte van het gebied waarbinnen de vondsten verspreid lagen: een gebied van 300 m. Ook blijkt dat het schip groter is dan eerder gedacht: 50 m lang. Daarnaast zijn er verschillende

Ephebe van Antikythera. Bron: Wikipedia
Ephebe van Antikythera. Bron: Wikipedia

nieuwe, bijzondere vondsten aangetroffen: rijk tafelgoed, schiponderdelen en een 2 m lange bronzen speer die waarschijnlijk behoorde tot een levensgroot krijgersbeeld van de godin Athena. Volgend jaar worden de opgravingen voortgezet.

Het schip
Het nieuwe onderzoek heeft uitgewezen dat het schip wel 50 m lang is, waardoor het het langste schip uit de antieke tijd is. Het schip wordt dan ook wel de antieke Titanic genoemd. Het schip is gemaakt van Iepenhout. C14-dateringen op het hout komen tot een datering van 220 v. Chr. ±43, rond die tijd is het schip gebouwd. Het schip is rond 70-60 v. Chr. gezonken bij het eiland Antikythera op zijn reis van de kust van Klein-Azië (tegenwoordig Anatolië) naar Rome. Waarschijnlijk werd het schip tijdens een gewelddadige storm tegen de kliffen van het eiland aan gegooid met als gevolg dat het zonk.
Het schip had een zeer rijke, bijzondere lading bij zich, mogelijk dat het geplunderde schatten betrof. Bij onderzoeken begin vorige eeuw zijn er onder andere bronzen en marmeren beelden (waaronder een bronzen beeld van een jonge man, de Antikythera Ephebe), sieraden, rijk versierde meubels, en glas aangetroffen. Maar de meest bijzondere vondst die destijds gedaan is, is wel de zogenoemde eerste analoge computer: het Antikythera mechanisme.

Het mechanisme van Antikythera. Bron: Wikipedia.
Het mechanisme van Antikythera. Bron: Wikipedia.


Antikythera mechanisme
Het mechanisme is door Griekse wetenschappers ontwikkeld om astronomische tijdberekeningen te maken en zonsverduisteringen te voorspellen. Op het apparaat was de stand van de zon, maan en planeten en het verloop van de belangrijkste sterren af te lezen. Ook diende het apparaat als kalender voor belangrijke culturele evenementen als de Olympische Spelen. Het gevonden exemplaar is gedateerd tussen 150-100 v. Chr.
De techniek was zeer vooruitstrevend, maar is helaas na de antieke periode verloren gegaan. Soortgelijke apparaten werden pas weer in de Late Middeleeuwen opnieuw ontwikkeld.
Het mechanisme is in 82 fragmenten aangetroffen, bij onderzoek naar het apparaat bleek het uit 30 bronzen wielen te hebben bestaan. Bij de werking van het apparaat wordt er van uitgegaan dat de datum kon worden ingevoerd door aan verschillende schijven te draaien, vervolgens konden de astronomische gegevens over die datu afgelezen worden. Ook kon het apparaat andersom gebruikt worden: wanneer er een gebeurtenis – bijv. een zonsverduistering – werd ingevoerd dan kwam als uitkomst de eerstvolgende datum wanneer dit plaats zou vinden.

Bron: www.whoi.edu

Lichaam van Philips van Macedonië geïdentificeerd

Door: Folkert Westra

Griekse onderzoekers hebben bevestigd dat botten die gevonden zijn in een Koninklijke tombe in het Griekse Vergina, zo’n 50 kilometer ten westen van Thessaloniki, toebehoren aan de Macedonische koning Philips II, de vader van Alexander de Grote.
Er is uitgebreid onderzoek uitgevoerd op 350 botten en fragmenten die zijn gevonden in twee Larnakes (kleine grafkisten). Het onderzoek verschafte duidelijkheid over de activiteiten en opgelopen trauma van de overledenen en heeft geholpen bij de identificatie. Naast de gecremeerde resten van Philips II, bevatte de tombe ook de botten van een vrouwelijke Skythische krijger.

De vondst
Binnen de opgegraven grafheuvel bevonden zich drie tombes. Tombe I bleek te zijn geroofd; tombe II was onaangetast en bevatte de nu onderzochte resten; en tombe III bleek ook ongestoord en bevatte de crematieresten van een jonge man.. In de grafruimte van tombe II bevond zich het bijna complete gecremeerde skelet van een man, gecremeerde resten van een vrouw bevonden zich in de voorruimte. Als grafgiften waren gouden, zilveren en bronzen objecten, wapens en uitrusting meegegeven.
Sinds de ontdekking van de tombe en de botten door de Griekse archeoloog Manolis Androkikos in 1977-78, discussieerden wetenschappers over de identiteit van de personen in de tombe, en dan met name over de resten in tombe II. Volgens experts waren de resten afkomstig van Phillips II en Cleopatra of Meda, één van zijn twee vrouwen, óf van Philips III Arrhidaeus  -de halfbroer van Alexander de Grote- en zijn vrouw.

De identificatie
Het mannelijke individu leed aan een ontsteking aan zowel de voorhoofds- als bovenkaakholte, die waarschijnlijk is ontstaan door een oude verwonding aan het gezicht. Deze verwonding kan gerelateerd zijn aan een verwonding die Philips II in 354 v. Chr. opliep door een pijl die hem verwondde en verblindde aan zijn rechteroog. De onderzoekers vonden nog meer aanwijzingen die een identificatie voor Philips ondersteunen. Omdat Philips een krijger was liep hij vele verwondingen op, wat door historische bronnen wordt bevestigd. Aanwijzingen op de ribben geven een indicatie van een ontsteking van het borstvlies. Volgens de onderzoekers zou dit een effect kunnen zijn van een verwonding die Philips opliep toen zijn rechter sleutelbeen werd verbrijzeld door een lans in 345-344 v. Chr. Verdere indicaties geven aan dat het hier een individu van middelbare leeftijd betrof die regelmatig paard reed.
De onderzoekers concludeerden verder dat het lichaam vlak na overlijden is gecremeerd, wat de theorie dat het gaat om de resten van Philips III Arrhidaeus uitsluit. Arrhidaeus is namelijk eerst begraven, weer opgegraven, gecremeerd en vervolgens herbegraven.

Vrouwelijke krijger
De identificatie van de vrouwelijke resten uit de tombe ondersteunt volgens de onderzoekers de theorie dat de mannelijke overledene daadwerkelijk Philips II is. De vrouw die was bijgezet in de voorruimte was bij overlijden tussen de 30 en 34 jaar oud. Haar leeftijd sloot al een heel aantal personen uit, omdat geen van Philips’ vrouwen deze leeftijd had. Daarnaast werd ook de identificatie van Arrhidaeus uitgesloten, omdat zijn vrouw bij overlijden jonger dan 25 jaar was.

Ook het vrouwelijke individu vertoont sporen van frequent paardrijden. Daarnaast had zij in haar leven een breuk opgelopen aan haar linkerbeen, wat voor een zichtbare verkorting heeft gezorgd. Hieruit is ook geconcludeerd dat een paar ongelijke scheenplaten –waarvan de linker korter is dan de rechter- en ander Skythisch wapentuig in de voorruimte aan deze vrouw kunnen worden toegeschreven. Dat het gaat om een Skythische krijgsvrouw versterkt de identificatie van Philips II, omdat voor zover bekend hij de enige Macedonische koning was die een relatie heeft gehad met een Skythische. Er wordt door de onderzoekers nog verder gespeculeerd over een verdere identificatie van de vrouw, maar bij gebrek aan verdere aanwijzingen is het veiliger om het hierbij te laten.

Bron: new.discovery.com

Bijzondere kanovondst in Nieuw-Zeeland

Door: Folkert Westra

Archeologen van de Universiteit van Auckland hebben langs de Nieuw-Zeelandse kust een groot stuk van een Oost Polynesische zeilkano uit ongeveer 1400 na Christus gevonden. Het fragment van de Kano werd in 2012 op het noordwestelijke einde van het Nieuw-Zeelandse Zuider Eiland ontdekt en is 6 m lang. De vondst werd niet ver van het Anaweka estuarium gedaan,vandaar dat de archeologen de kano de naam Anaweka hebben gegeven.
De kano was in totaal ongeveer 20 m lang en gemaakt van de inheemse New Zealand Matai. Rond 1400 na Chr. heeft de kano voor het laatst gevaren. De vondst van de kano is belangrijk omdat reconstructies van Polynesische kano’s tot nu toe voornamelijk gebaseerd waren op waarnemingen van Europese ontdekkingsreizigers. Extra bijzonder is dat de vondst het bewijs levert dat de Polynesiërs de enorme afstanden tussen de Polynesische eilanden en Nieuw-Zeeland in kano’s konden afleggen.

Schildpad
Bijzonder aan de Anaweka kano is dat er in de romp een afbeelding van een zeeschildpad is uitgesneden. Dit is een symbolische connectie met de voorouderlijke Polynesische cultuur en kunst. Hoewel zeeschildpadden wel voorkomen in Nieuw-Zeelandse wateren is het toch heel uitzonderlijk dat schildpadmotieven gebruikt worden in pre-Europese Maori kunst. De onderzoekers denken dan ook dat de schildpad decoratie verband houdt met de vroege datering van de kano en de culturele associaties met het tropische Polynesië.

Polynesiërs
De eerste Polynesiërs waren zeevaarders die goede navigatietechnieken hadden ontwikkeld. Ze koloniseerden eilanden die tot dan toe onbewoond waren door zeer lange zeereizen via kano’s te maken. Er zijn aanwijzigen dat rond 1280 na Chr. een uitgestrekt gebied tussen Paaseiland, Hawaï en het zuiden van Nieuw-Zeeland door Polynesiërs werd bewoond.
De onderzoekers concluderen dat de vondst van de Anaweka kano nieuwe informatie geeft over oude Maori-kanotechnieken en een beter inzicht geeft over vroege technologie en zeereizen in tropisch Oost-Polynesië.

Bron: http://www.sci-news.com
Publicatie: Dilys A. Johns et al. An early sophisticated East Polynesian voyaging canoe discovered on New Zealand’s coast. PNAS, online gepubliceerd op September 29, 2014; doi: 10.1073/pnas.1408491111