Categorie archief: Nederlandse archeologie

Bijzondere vondst van schip te Zutphen

Door: Jacobine Melis

In Zutphen is, tijdens werkzaamheden aan de Marstunnel, een volgens de RCE (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) voor Nederland bijzondere vondst gedaan. De resten van een schip van rond 1600 zijn aangetroffen. De vondst is bijzonder vanwege de goede staat waarin het hout verkeert. Het schip is gelegen in een oude, dode meander van de IJssel.
Op het eerste gezicht werd gedacht dat het om een Rivieraak zou gaan, maar nader onderzoek heeft uitgewezen dat het een Praam betreft, een vaartuig met platte bodem. Waarschijnlijk werd het schip gebruikt als veer tussen de stad Zuthpen en De Mars, destijds dienstdoende als stadsweide, waar mensen met bepaalde rechten koeien mochten laten grazen.

De gemeente Zutphen probeert de resten van de boot te conserveren zodat ze later tentoongesteld kunnen worden. Het is echter nog even de vraag of dit gaat lukken omdat de resten worden gedroogd en het hout dan wat zal krimpen.

Hier ook nog een filmje van omroep Gelderland.

Bron: www.destentor.nl

Halve maan (vestingwerk) in Groenlo

Door: Jacobine Melis

Tijdens werkzaamheden voor het uitgraven en verbreden van de gracht is er een gedeelte van een halve maan gevonden. Een halve maan is een in de hoofdgracht gelegen onderdeel van een vesting (nr 8 op de afbeelding). De naam refereert naar de vorm van de vestingwerk, die de vorm van een halve maan heeft. Dit is bij deze vondst te Groenlo ook duidelijk het geval. Het kwam niet als een verassing dat de halve maan hier aangetroffen werd, op oude kaarten werd hier ook een halve maan afgebeeld.
Tijdens het archeologisch onderzoek is de structuur nauwkeurig gedocumenteerd. En ook al was het maar een klein stuk van de verdedigingswerken dat onderzocht kon worden, het draagt wel weer bij aan de gehele kennis van de vesting te Groenlo.

Nummer 8 is de halve maan in vestingwerk. Bron: wikipedia.
Nummer 8 is de halve maan in vestingwerk. Bron: wikipedia.

Vestingstad Groenlo
Als stad nabij de grens van Duitsland, werd Groenlo verschillende keren belegerd, met name tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Tussen de belegeringen door werden de vestingmuren en grachten verder uitgebouwd en versterkt. Nadat de vesting werd bezet door de Bisschop van Münster in 1674, verliest de stad haar functie als belangrijke vestingstad bij de grens en worden de verdedigingswerken afgebroken.

Bron: www.achterhoeknieuwsoostgelre.nl

Romeinse muntschat gevonden in Den Haag

Door: Folkert Westra

In Den Haag hebben archeologen kort geleden een muntschat uit de Romeinse tijd gevonden. Bij opgravingen op de plek waar de Rotterdamsebaan komt te liggen, werd een Romeins potje aangetroffen, met daarin een grote klomp metaal. Bij het uitpluizen van de klomp bleek deze een grote hoeveelheid Romeinse zilveren munten te bevatten. Daarnaast werden er zes zilveren armbanden, een verzilverde mantelspeld en wat glazen kralen –waarschijnlijk afkomstig van een ketting– aangetroffen.

Munten
In totaal werden 107 munten uit de metaalklomp gehaald, die allemaal min of leesbaar waren. Het aantal Romeinse munten dat in Den Haag is aangetroffen, is met deze ontdekking in één klap verdubbeld. Een aantal munten was al oud toen de schat in de grond werd gestopt. De oudste munt in de muntschat was namelijk van keizer Nero en de jongste van keizer Marcus Aurelius. Zeschelen een eeuw in ouderdom. Ook bevatte de muntschat een aantal bijzondere munten, zoals die van keizer Otho, die maar drie maanden regeerde. Alle munten waren zilveren Denarii. Wat opvallend is, omdat veel munten in die tijd van koper waren en zilver ook bij de Romeinen kostbaar was. Omdat alles bij elkaar in een pot is opgeborgen is het zeker dat de muntschat doelbewust is begraven. Of het gaat om een offer of dat de kostbaarheden zijn verstopt wegens dreigend gevaar is echter niet zeker te zeggen.

Armbanden
De zes armbanden zijn allemaal in een vergelijkbare stijl, maar er zijn kleine verschillen te herkennen waaruit valt af te leiden dat het drie verschillende paren betreft. Mogelijk was het een gebruik om een dergelijke armband aan beide polsen te dragen.

De locatie waar de muntschat is gevonden is zeer bijzonder. Inmiddels is duidelijk dat op die plek een nederzetting met boerderijen heeft gestaan. Het komt niet vaak voor dat zo’n rijke schat in een rurale omgeving wordt gevonden.

Bron: www.denhaag.nl

Zeewijk, een grote nederzetting van de Enkelgrafcultuur

Door: Jacobine Melis

Aan de hand van het Odyssee-project “Het openen van de laatneolithische schatkist van Noord-Holland” is er een drietal opgravingen uitgewerkt. Het derde en laatste project, Zeewijk, is nu als gratis PDF gepubliceerd. Zeewijk is een gebied in Noord-Holland, ten westen van Winkel. Tijdens de uitwerking bleek een gebied van minimaal 1 hectare als nederzettingsterrein, het gehele jaar rond in gebruik te zijn geweest. De verschillende activiteiten – bewoning, ploegen, telen, vee houden, ambachtelijke activiteiten – vonden tegelijkertijd plaats; en volgden elkaar op in tijd en locatie.

Opgraving
In de jaren ’80 van de vorige eeuw heeft er vooronderzoek plaats gevonden, hieruit kwamen twee gebieden met cultuurlagen naar voren, Oost- en West-Zeewijk. Beide gebieden op oeverwallen van een kreekrug. De opgravingen vonden enkele jaren later plaats in drie campagnes, bijzonder hierbij was de grote afmeting van de locatie en het hoge aantal vondsten. Binnen de opgravingen zijn verschillende bewoningsstructuren aangetroffen, met name op de hogere oeverwallen. Op de lagere gedeelten waren er vooral sporen van veeteelt: hoefafdrukken en de botanische gegevens geven bewijs van graslanden.

Bewoning
De eerste bewoners kozen de hogere, zandige kwelderruggen als locatie voor hun huizen. Runderen vormden de grootste voedselbron binnen de nederzetting. Ook werden er schapen/geiten en varkens gehouden, maar zij werden minder vaak gegeten. Daarnaast waren het behendige vissers: ze gebruikten vallen, fuiken, visweren en verzamelden mossels op de natuurlijke mosselbanken. Bovendien zijn er botten gevonden van gejaagde zoogdieren: eenden en ganzen, bevers, hermelijn, bruine beer en wilde kat. Naast de vlees- en visproducten voedden de bewoners zich ook met gerst en tarwe, die op de nabijgelegen akkers (samen met vlas) werden geteeld. Bij de vondsten zat een voor Nederland bijzondere vondst van aardewerken platen met aangekoekt voedsel, bewijs dat de platen werden gebruikt ter bereiding van voedsel. Naast het vergaren van voedsel vonden er ook andere, ambachtelijke activiteiten plaats in de nederzetting: er werden barnstenen sieraden (en mogelijk ook benen kralen) gemaakt, vuurstenen artefacten vervaardigd (met name boortjes en schrapers), wol gesponnen en stof geweven.
Concluderend wordt gesteld dat de bewoners tot de Enkelgrafcultuur (genoemd naar het grafritueel om de doden in afzonderlijke graven te leggen) behoorden. Het betrof een grote nederzetting van verschillende huishoudens die verbonden waren door verwantschap (genetisch of via ‘huwelijk’). Het is onbekend hoeveel huishoudens er tegelijkertijd woonden, maar zeker kan genoemd worden dat de bewoners een stabiel leven leidden.

Het PDF-bestand is hier via deze link te raadplegen

Bron: RCE

Sloop kerk Garsthuizen vertraagd door monumentenvergunning

Door: Jacobine Melis

Garsthuizen is een wierdedorp in het noorden van Groningen. De huidige hervormde kerk van het dorp dateert uit 1872. Nadat het in verval was geraakt en niet meer tot restauratie over kon worden gegaan, is besloten de kerk te slopen. Onder de kerk liggen echter de funderingen van een grotere, middeleeuwse kerk. Het gebied is aangeduid als archeologisch rijksmonument. De sloop ligt nu stil, omdat er eerst op de archeologische vergunning worden gewacht.

Archeologisch rijksmonument
Een archeologisch rijksmonument wordt beschermd door de overheid, zo worden archeologische resten behouden voor de toekomst. Voor elk rijksmonument is een aparte richtlijn geschreven, over welke bodemingrepen er uitgevoerd mogen worden zonder dat daar een vergunning voor nodig is. Als het monument echter verstoord of gewijzigd wordt, dan moet daar een monumentenvergunning voor aangevraagd worden. Dit kan gedaan worden door het aanvraagformulier in te leveren bij de gemeente die het direct doorstuurt naar de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) en de provincie. Bij het besluit om de vergunning af te geven, worden verschillende aspecten meegenomen:

  • Wordt het monument in gevaar gebracht?
  • Is de ingreep noodzakelijk?
  • Kan het plan aangepast worden, zodat het monument onverstoord zal blijven?
  • Kan de vergunning worden gegeven in overeenstemming met het beleid vergeleken met soortgelijke beschermde monumenten?

Voor meer informatie over de vergunningenaanvraag wil ik jullie wijzen op de beleidsnotitie: lees hem hier.

De middeleeuwse kerk
De middeleeuwse kerk is in de 19e eeuw gesloopt om plaats te maken voor de huidige kerk. Aan de hand van een (kopie van een)oude tekening uit 1824 kan er een beeld worden gevormd van de oudere kerk zie afb. Een beschrijving van de kerk uit 1843 noemt de aanwezigheid van tufsteen aan de westkant van de kerk. Dit doet vermoeden dat de middeleeuwse kerk een voorganger uit de 12e eeuw moet hebben gehad, een kerk met een smaller koor en absis in een romanogotische stijl.

In februari 2014 is er voor het eerst een opgraving gedaan in de wierde van Garsthuizen. Hieruit bleek de huidige kerk inderdaad op middeleeuwse funderingen van kloostermoppen te staan. De middeleeuwse kerk is vermoedelijk breder geweest dan zijn opvolger. Tijdens de opgraving zijn resten van vloeren aangetroffen. Ook is er een skelet aangetroffen die waarschijnlijk ouder is dan de middeleeuwse kerk. Daarnaast zijn er tijdens de opgraving kleine resten tufsteen gevonden, maar helaas geen duidelijke sporen van de eventuele 12-eeuwse kerk.

Na de vergunning
De sloop van de huidige kerk zal voorzichtig plaatsvinden en bovengronds blijven. Dit was sowieso al het plan, maar met de vergunning zal er straks gebruik worden gemaakt van beschermende constructies zodat de funderingen en zerken in de vloer beschermd blijven. Wanneer de monumentenvergunning is afgegeven zal vervolgens de sloopvergunning worden aangevraagd. Dan kan eindelijk gestart worden met de sloop.

Bron: Groningerkerken.wordpress.com

Blik in de Beerput, Ons’ Lieve Heer op Solder

Door: Jacobine Melis

Vorig jaar is er bij funderingswerkzaamheden een bijzondere beerput gevonden in de kelder van het museum (en voormalige schuilkerk): Ons’ Lieve Heer op Solder, te Amsterdam. De beerput was van een bijzonder groot formaat: 3×5 m en 3 m diep (bijna driemaal groter dan gemiddeld in Amsterdamse woonhuizen), en omvatte vondsten van de schuilkerk zelf, maar ook van een nabijgelegen herberg. De vondsten worden per 23 oktober tentoongesteld in het museum dat gevestigd is in de voormalige schuilkerk

Beerput
Een beerput werd niet alleen gebruikt als opvang voor ontlasting (de wc stond erboven), maar diende ook als een afvalbak. Het vormt dan ook altijd een zeer rijke informatiebron voor archeologisch onderzoek. Deze beerput lag onder de kelder en was afgedekt met dikke, houten balken. De beerput is een lange tijd in gebruik geweest, van ca. 1650-1800. Op de beerputten kwamen vier stortkokers uit, vanuit vier verschillende ruimtes werd er dus gebruik gemaakt van de beerput. In de beerput zijn vele rijke voorwerpen aangetroffen: Delfts aardewerk, glaswerk en Chinees porselein. Maar er werd ook veel tafelgoed aangetroffen. Waarschijnlijk dat de beerput, naast de gebruikers van de schuilkerk, ook gebruikt werd door een nabijgelegen herberg.

Interieur van de schuilkelder. Bron: Museum Ons'Lieve Heer op Solder.
Interieur van de schuilkelder. Bron: Museum Ons’Lieve Heer op Solder.

Gebruikers
Ons’ Lieve Heer op Solder was een schuilkerk, ontstaan in de tijd na de Reformatie toen katholieken geen diensten in het openbaar mochten houden. Het is gebouwd op de zolder van een 17e-eeuws grachtenhuis. De kerk was gewijd aan de heilige Nicolaas en werd destijds Het Haantje of Het Hert genoemd. De huidige naam stamt uit de 19e eeuw. De kerk heeft meer dan twee eeuwen diensten gehouden, in 1888 kreeg het de functie van museum. Daarnaast wordt het tegenwoordig opnieuw gebruikt voor rooms-katholieke erediensten.
Een tweede gebruiker van de beerput was een herberg. Dit wordt geconcludeerd uit de grote hoeveelheden drinkglazen, pijpen en waren ter voorbereiding van voedsel. Deze voorwerpen dateren uit de eerst helft van de 18e eeuw. De voedselresten in de beerput geven veel weer van het gegeten voedsel: botanische resten als noten en vissenresten. Een bijzondere vondst in de beerput was een eierschaal waarop met potlood een datum opgeschreven is. Waarschijnlijk om te onthouden hoe vers het ei was.

Bron: Radio: EenVandaag, www.amsterdam.nl

Herstelwerk Hunze legt keersluis bloot

Door: Folkert Westra

Bij natuurgebied Bonnerklap, nabij Gieterveen, leggen archeologen van ingenieursbureau MUG de resten van een keersluis bloot. De resten zijn gevonden bij graafwerkzaamheden in opdracht van waterschap Hunze en Aa’s. Er wordt gewerkt aan het herstel van de oude loop van de Hunze. Dit wordt gedaan voor waterberging en natuurontwikkeling.
De ouderdom van de sluis moet nog exact worden bepaald, maar geschat wordt dat deze uit de 17e eeuw stamt. De sluis staat namelijk al aangegeven op een kaart uit 1663. Op een kaart uit 1811 staat de sluis ook nog aangeven, maar op latere plattegronden is de sluis verdwenen.

Skelet
Begin oktober werd vlak bij Bonnerklap ook al een menselijk skelet aangetroffen. Het skelet bleek nog zeer compleet te zijn. Na een eerste bestudering van de archeologen bleek het te gaan om de resten van een volwassen man. Het skelet is aangetroffen in de bedding van de oude Hunze, zo’n 1,5 tot 2 meter onder het huidige maaiveld. Er wordt geschat dat het skelet zo’n 300 jaar oud is, maar dat zou nader onderzoek verder moeten uitwijzen.

bron: http://www.mug.nl

Nederlands schip gevonden in Caraïben

Door: Jacobine Melis

Schip Huis te Kruiningen (op de voorrgrond) ontploft. Bron: Wikipedia.
Schip Huis te Kruiningen (op de voorrgrond) ontploft. Bron: Wikipedia.

In de haven van Scarborough, een stad te Trinidad en Tobago (in de Caribische zee, ten noorden van Venezuela) is het Nederlandse schip Huis van Kruiningen gevonden. Het schip is gezonken tijdens de ‘Eerste Slag bij Tobago’ die van 3 tot 12 maart 1677 duurde. Het eiland vormde destijds de Nederlandse kolonie Nieuw Walcheren en de Fransen wilden het strategische gelegen eiland veroveren. Deze slag is enkel bekend uit geschreven bronnen, maar met de opgravingen onder water komt daar nu ook feitelijke informatie bij.

Kolonie Nieuw Walcheren
Het eiland Tobago was van 1628-1677 een kolonie van de West-Indische Compagnie. Het was een gewilde plek, gelegen bij de monding van de Venezolaanse Orinoco rivier. Daarnaast had het eiland belangrijke exportproducten als tabak, suiker, rum en cacao. Het eiland werd in 1628 veroverd door Pieter Adriaanszoon Ita, maar vanwege strubbelingen (overvallen en plunderingen) van de inheemse bewoners op Nederlandse kolonisten konden de Nederlanders zich moeilijk vestigen.
Bij de Vrede van Westminster (1654) kregen de Zeeuwen rechten op Tobago toebedeeld, waarna ze een nederzetting (Lampsinsburg, het huidige Scarborough) stichtte.

Slag bij Tobago
Maar de strijd om Tobago was nog niet voorbij. Op 6 december keerde d’Estrées terug. Hij viel Lampsinsburg opnieuw aan, maar dit keer vanaf het land. Tijdens de strijd explodeerde een kanonskogel vlakbij het kruitmagazijn in de vesting. Hierbij kwamen zo’n 250 man om het leven, de resterende bevolking gaf zich over. Het fort werd vervolgens door de Fransen vernietigd en bij de Vrede van Nijmegen (1678) werd Tobago officieel Frans gebied.

Huis van Kruiningen
Huis van Kruiningen is het grootste schip van de Nederlandse vloot bij de Eerste Slag om Tobago, zo’n 40 m lang en 10 m breed. Maar het was nog steeds kleiner (drievierde) dan het Franse schip binnen de strijd: Le Glorieux. Het Nederlandse schip had 56 kanonnen en 129 man aan boord. Tijdens de slag voerde het schip een dappere strijd. Over het vergaan van het schip geven de historische bronnen verschillende verslagen. Sommige bronnen schrijven dat de kapitein de touwen van het anker doorsneed en dat daardoor het schip zonk. Andere geven aan dat de kapitein het schip in brand zette. In ieder geval is het schip vergaan om haar van verovering en plundering door de Fransen te behoeden.
Het schip is afgelopen zomer aangetroffen in de haven van Scarborough, bijna per ongeluk, omdat ze buiten de grenzen van het verwachtingsgebied lag. Het wrak is uitvoerig in kaart gebracht. Uit onderzoeken bleek van het schip niet veel meer over te zijn, maar dat de vondsten (Delfts aardewerk, Goudse pijpen en baardmankruiken) een rijke en typische Nederlandse welvaart aantonen. Mogelijk dat de onderzoeken op het schip ook meer duidelijkheid zal geven over de schip zijn lot.

Bron: today.uconn.edu/

Graven in Sint-Janskerk, Gouda

Door: Jacobine Melis

In mei 2014 zijn er opgravingen geweest in het koor van de Sint-Janskerk (of Grote Kerk) te Gouda, deze waren noodzakelijk vanwege het herstellen van de funderingen. In het koor bevonden zich 8 grafkamers waarvan de meesten waren geruimd bij eerdere restauraties, maar één grafkelder was nog intact en bevatte zes skeletten. Ook onder de kooromgang zijn verschillende menselijke resten aangetroffen. Na fysisch-antropologisch en historische onderzoek (kerkarchieven) is er meer bekend over de hier begraven mensen.

Grafkelder
In de grafkamer lagen 6 personen, allen leden van de burgemeestersfamilie Van Rietveld, waaronder Catharina van Rietveld-Van der Dussen. Deze burgemeestersvrouw overleed in 1715 op 51-jarige leeftijd. Botonderzoek wees uit dat ze rugklachten moet hebben gehad en van lekker eten hield.

Andere resten in kooromgang
Onder de kooromgang zijn naast vele losse beenderen, zestien vrijwel complete skeletten aangetroffen, daterende van de 16e tot de 19e eeuw. Waarschijnlijk behoort een van de resten tot een 17e-eeuwse rector van de Latijnse school in Gouda. Bijzonder was de vondst van een schedel met een flinke pluk haar, dat door de conserverende werking van een metalen haarband nog bewaard is gebleven.
De menselijke resten zullen later weer bijgezet worden onder de kooromgang.

Bron: Algemeen Dagblad

‘Stenenpoort’ gevonden te Ootmarsum

Door: Jacobine Melis

Donderdag 2 oktober is een van de oude Buitenpoorten in de Marktstraat te Ootmarsum aangetroffen. De 1 m dikke fundering van kloostermoppen behoorde tot de Noorderpoort, ook wel Stenenpoort genoemd. Bekend was dat Ootmarsum een vestingstadje was, maar nooit eerder zijn de resten van de muur aangetroffen en als zodanig herkend.

Vestingstad Ootmarsum
In de Middeleeuwen ontwikkelde Ootmarsum zich tot een belangrijke handelsplaats, vanwege de gunstige ligging langs verschillende handelsroutes. Rond 1300 kreeg Ootmarsum stadsrechten, waarmee Ootmarsum het recht ter verdediging verwierf. Met de kerk in het centrum werd het stadje omgeven door een dubbel grachtenstelsel met daartussen een wal met ondoordringbaar struikgewas. De vesting had twee poorten: de in oktober aangetroffen Noorderpoort (Stenenpoort) en de Zuiderpoort (Houtenpoort). De kaart van Jacob van Deventer toont een accuraat overzicht van Ootmarsum in 1560, duidelijk zijn hierop de twee toegangswegen te zien.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vestigden de Spanjaarden zich in het vestingstadje. In 1597 werden zij door de legers van prins Maurits verdreven en de vesting werd ontmanteld, waardoor de stad zijn strategisch militair punt verloor.

Bron: Tubantia